Skip content

2010/022

Appellant tegen Universiteit van Amsterdam

Zaaknummer: 2010/022
Datum uitspraak: 16-08-2010
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.5 Appellant betoogt tevergeefs dat verweerder heeft
miskend dat artikel 19.1 van de regeling van toepassing is. Wat betreft de opleiding Econometrie & Operationele Research heeft hij zijn bachelordiploma niet voor 1 september 2009 behaald. Verder is hij op 1 december 2006 begonnen met de masteropleiding Actuariële wetenschappen. Niet in geschil is dat de nominale duur van die opleiding één jaar bedraagt, zodat artikel 19.1 voor het studiejaar 2009-2010 daarvoor niet de betekenis heeft, die appellant daaraan gehecht wil zien.
Voorts heeft verweerder artikel 19.2 van de regeling terecht evenmin op appellant van toepassing geacht, nu hij niet is ingeschreven voor een doctoraalopleiding. Naar verweerder onweersproken heeft gesteld, is de mogelijkheid om ingeschreven te zijn voor de doctoraalvariant van opleidingen binnen de Faculteit Bedrijfskunde en Economie per 1 september 2006 beëindigd. Hetgeen appellant in dit kader heeft aangevoerd, maakt het voorgaande niet anders.
De door appellant ter zitting gestelde persoonlijke omstandigheden leiden ten slotte niet tot het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen onbillijkheid van overwegende aard, als bedoeld in artikel 20 van de regeling, door het in rekening gebrachte collegegeld, is veroorzaakt.

Downloads