2011/077/CBE
Beroep tegen het besluit van het CBE Universiteit Utrecht, waarbij het beroep van appellant tegen de beslissing van de examencommissie Geneeskunde voor zover hem geen inzage wordt verleend in zijn UVT-toets, ongegrond is verklaard.
| Zaaknummer: | 2011/077 |
|---|---|
| Zittingsdag: | Woensdag 7 december 2011 |
| Datum uitspraak: | 19-01-2012 |
| Trefwoorden: | |
| Artikelen: |
Hoofdoverwegingen:
2.2.1 Verweerder heeft onweersproken gesteld dat het aantal inzagemogelijkheden voor het inzien van de vragen en antwoorden van de UVT beperkt is vanwege het aantal studenten en omdat, anders dan voorheen, bij de inzage een docent aanwezig is die direct op vragen en opmerkingen kan reageren. Verweerder heeft de beperking van het aantal inzagemogelijkheden tot drie onder die omstandigheden terecht niet onredelijk geacht.
(…)
2.2.3. Het was aan appellant om desgewenst tegenover de coördinator aannemelijk te maken dat het voor hem niet mogelijk was om van de reguliere inzagemogelijkheden gebruik te maken. Appellant heeft in dat kader slechts gesteld dat hij op de tijden van de reguliere inzagemogelijkheden onderwijs moest volgen. Appellant heeft geen stukken overgelegd ter staving daarvan. Daarnaast heeft verweerder terecht in aanmerking genomen dat het een onderwijsonderdeel betrof van een deeltijdstudie Rechten, die appellant vrijwillig naast zijn voltijdstudie Geneeskunde volgde. Gelet op de gegevens waarover de coördinator beschikte, heeft verweerder terecht geoordeeld dat deze appellant geen andere inzagemogelijkheid hoefde te bieden.
(…)
2.3.1. Verweerder dient, gelet op het bepaalde in artikel 7.61 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschap-pelijk onderzoek, te beoordelen of de beslissing van de coördinator in strijd is met het recht. Verweerder heeft, mede gelet op de omstandigheid dat de vragen van de UVT herhaaldelijk opnieuw worden gebruikt, in het betoog van appellant terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat, in afwijking van het reglement examencommissie, ook de vragen aan appellant ter hand moesten worden gesteld.
2.4. Ten slotte betoogt appellant evenzeer tevergeefs dat verweerder heeft miskend dat hij zonder de mogelijkheid van inzage in de vragen en antwoorden het beroep tegen de onvoldoende beoordeling van de door hem afgelegde toets niet van gronden kon voorzien en de gevolgen van de weigering, nu het niet behalen van de toets meebrengt dat hij zijn opleiding niet kan afronden, niet evenredig zijn met de met het besluit te dienen belangen. Aan appellant zijn drie inzagemogelijkheden geboden. Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2.3 is overwogen, heeft verweerder de gevolgen van de keuze van appellant om van deze mogelijkheden geen gebruik te maken terecht voor diens risico gelaten.
Downloads
2011077.pdf (30.71 KB)
