2011/198.1
Verzoek om een voorlopige voorziening in zaak 2011/198, inhoudende dat verzoeker tot 6 weken nadat in de bodemzaak is voorzien aan het onderwijs kan deelnemen.
| Zaaknummer: | 2011/198.1 |
|---|---|
| Zittingsdag: | maandag 16 januari 2012 |
| Datum uitspraak: | 17-01-2012 |
| Trefwoorden: | |
| Artikelen: |
Hoofdoverwegingen:
2.2.6. Met appellant is de voorzitter is van oordeel dat de
wijze waarop de examencommissie aan het horen voorafgaande van het geven van het bindend negatief studieadvies gestalte heeft gegeven, weinig zorgvuldig is geweest. Bij dat horen zal het als regel vooral gaan om de vraag of bijzondere omstandigheden aanleiding zouden moeten geven af te zien van het geven van het bindend negatief studieadvies. En niet zo zeer om de vaststelling van het aantal behaalde punten nu die vaststelling immers op andere wijze kan en hoort plaats te vinden. Het horen zal dan ook zo ingericht dienen te zijn dat eventuele bijzondere omstandigheden beoordeeld en gewogen kunnen worden. Daarbij is ook van belang dat aan bijzondere omstandigheden niet voorbij gegaan mag worden louter en alleen omdat ze niet tijdig zijn gemeld
2.2.7. In de e-mail van 13 juli 2011 aan appellant wordt gesteld dat het tijdens de hoorzitting uitsluitend gaat om de vaststelling van de studiepunten. De voorzitter acht dit onjuist. Evenzeer acht de voorzitter het niet juist dat degene die appellant heeft gehoord in feite geen kennis had van de zaak.
2.2.8. Evenwel is de voorzitter ook van oordeel dat zo er al sprake is geweest van bijzondere omstandigheden appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door die omstandigheden niet in staat is geweest om de benodigde 10 studiepunten te behalen en daar door aan de voortgangsnorm te voldoen.
Dat appellant enige tijd niet aan het onderwijs heeft kunnen deelnemen wegens een hem opgelegde strafrechtelijke maatregel, dient voor diens rekening en risico te blijven.
Downloads
2011198 1981.pdf (30.65 KB)
