Onvoorwaardelijke toelating tot de masteropleiding

In zaak 2018/188/CBE was aan appellant gemeld dat zijn vooropleiding voldeed aan de toelatingsvereisten en dat het hem daarom was toegestaan aan de opleiding deel te nemen. Dit kan gelet op artikel 7:30b van de WHW niet anders worden begrepen dan dat is geoordeeld dat appellant kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van een relevante bachelorgraad bezat en dat hij daarom voor toelating in aanmerking kwam.