Skip content

2017/126.5

Beroep tegen de beslissing van de Rijksuniversiteit Groningen waarbij het bezwaar van appellante tegen de toekenning van het rangnummer 592 voor opleiding Geneeskunde, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/126.5
Zittingsdag: Woensdag 13 september 2017
Datum uitspraak: 13-02-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.4. De universiteit is een instelling die werkzaam is op het gebied van onderwijs als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wgb. Het is de universiteit derhalve verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten, waaronder begrepen het houden van een decentrale selectie als die waaraan appellante heeft deelgenomen, onderscheid te maken.
Dyslexie, een leesstoornis, is een handicap als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wgb. Niet in geschil is dat appellante dyslexie heeft. Evenmin is in geschil dat een persoon met dyslexie als gevolg van deze stoornis meer tijd nodig heeft bij het afleggen van schriftelijke toetsen dan een vergelijkbaar persoon zonder dyslexie.
Op de decentrale selectie waaraan appellante heeft deelgenomen was het Reglement selectiecriteria en -procedure Geneeskunde Bachelor 2017 2018 van toepassing. Dit reglement bevat geen bepaling op grond waarvan deelnemers met dyslexie een voorziening, zoals extra tijd, wordt geboden bij het afleggen van de schriftelijke toetsen. In de bestreden beslissing en ter zitting van het College heeft verweerder toegelicht dat er om praktische redenen één selectieprocedure is gevolgd die voor alle deelnemers gelijk is en dat de tijd die aan de deelnemers voor het afleggen van de schriftelijke toetsen wordt geboden ook voor deelnemers met dyslexie voldoende moet worden geacht. Naar het oordeel van het College is verweerder daarmee tekortgeschoten bij zijn verplichting om voor de deelnemers met dyslexie doeltreffende aanpassingen te verrichten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wgb. Het bieden van een ruimere tijd voor alle deelnemers kan niet als een doeltreffende aanpassing worden aangemerkt. Deelnemers met dyslexie worden door het bieden van ruimere tijd aan alle deelnemers immers niet gecompenseerd in het nadeel dat zij door hun stoornis hebben ten opzichte van de deelnemers zonder dyslexie. Daarmee is een zuivere vergelijking van de competenties van de deelnemers met en zonder dyslexie niet mogelijk. Het bieden van extra tijd aan alleen de deelnemers met dyslexie, zou wel een doeltreffende aanpassing kunnen zijn geweest. De enkele omstandigheid dat het voor verweerder praktisch was om een voor alle deelnemers gelijke selectieprocedure te volgen, betekent voorts niet dat het verrichten van een doeltreffende aanpassing, zoals het bieden van extra tijd aan alleen de deelnemers met dyslexie, onevenredig belastend is. Verweerder heeft derhalve indirect onderscheid gemaakt als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wgb en daarmee gehandeld in strijd met het in artikel 5b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wgb neergelegde verbod.
Het betoog slaagt.

Downloads