Skip content

2018/012/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Universiteit Leiden waarbij het administratief beroep tegen de weigering haar toe te laten tot de zij-instroom bachelor/pre-master Geneeskunde, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2018/012
Zittingsdag: Donderdag 7 juni 2018
Datum uitspraak: 13-07-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.6. De beslissing van 26 april 2017 is ondertekend door de decaan van de Faculteit der Geneeskunde namens de Raad van Bestuur. Het College leidt uit die beslissing af dat de decaan de beslissing niet slechts heeft ondertekend, maar ook namens de Raad van Bestuur heeft genomen.
De bevoegdheid om over de toelating tot de masteropleiding te beslissen komt op grond van artikel 7.30b, derde lid, van de WHW toe aan het College van Bestuur. Het College van Bestuur heeft in artikel 2.2, eerste en tweede lid, van de door haar vastgestelde Regeling die bevoegdheid gemandateerd aan de Raad van Bestuur. Dit betekent dat de Raad van Bestuur de bevoegdheid slechts namens het College van Bestuur kan uitoefenen.
Bij besluit van 24 februari 2015 heeft de Raad van Bestuur aan de decaan mandaat verleend voor het beslissen over de toelating tot de zijinstroom. Nu de Raad van Bestuur deze bevoegdheid zelf krachtens mandaat uitoefent namens het College van Bestuur, is hiermee ondermandaat verleend aan de decaan. Ondermandaat kan volgens artikel 10:9, eerste lid, van de Awb slechts worden verleend met toestemming van de mandaatgever, in dit geval het College van Bestuur.
Artikel 2.2, derde lid, van de Regeling biedt de Raad van Bestuur uitsluitend de mogelijkheid om ondermandaat te verlenen aan de commissie van toelating. Hieraan is gevolg gegeven met artikel 14 van het Faculteitsreglement. De Regeling bepaalt niet dat ondermandaat tevens kan worden verleend aan de decaan. Niet is gebleken dat het College van Bestuur op andere wijze – in het algemeen of voor dit specifieke geval – heeft ingestemd met het verlenen van ondermandaat aan de decaan voor het beslissen over de toelating tot de zijinstroom.
2.7. Het CBE heeft ter zitting betoogd dat met het verlenen van mandaat aan de Raad van Bestuur ook mandaat is verleend aan de decaan, omdat de decaan lid is van de Raad van Bestuur. Het College deelt dit standpunt niet. De Raad van Bestuur en de decaan zijn twee verschillende bestuursorganen met eigen taken en bevoegdheden. Dat op grond van artikel 2.2 van de Regeling mandaat is verleend aan de Raad van Bestuur, heeft derhalve niet tot gevolg dat ook mandaat is verleend aan de decaan.
2.8. Gelet op het voorgaande is de beslissing van 26 april 2017 onbevoegd genomen. Het CBE heeft het administratief beroep van appellante daarom ten onrechte ongegrond verklaard.
2.9. Het beroep is gegrond. De bestreden beslissing op administratief beroep dient te worden vernietigd. Het College ziet
aanleiding zelf in de zaak te voorzien. Het College zal het administratief beroep alsnog gegrond verklaren en de beslissing van 26 april 2017 vernietigen. Het College zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing van 11 december 2017. Dit betekent dat opnieuw op het verzoek zal moeten worden beslist.

Downloads