Skip content

2018/045/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Hogeschool Rotterdam waarbij het administratief beroep tegen de beoordeling van de Cursus Professionele Ontwikkeling 3B en de afwijzende beslissing om zonder voldoende beoordeling van de stage een minor te mogen volgen, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2018/045
Zittingsdag: Vrijdag 25 mei 2018
Datum uitspraak: 25-07-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.3.1. Het College is op basis van wat appellante heeft aangevoerd niet gebleken dat het standpunt van het CBE, dat de procedure zorgvuldig en ook anderszins rechtmatig is geweest, onjuist is. Het CBE heeft op juiste wijze beoordeeld of de examencommissie heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke wet- en regelgeving en richtlijnen. Terecht heeft hij vastgesteld dat daarvan niet is gebleken.
Appellante heeft in het administratief beroepschrift zelf verklaard, en dat ter zitting bij het CBE herhaald, dat haar werkrelatie met het bedrijf waar zij stage liep, niet optimaal was, maar dat zij daarin verbetering had gebracht. In de eindbeoordeling van haar stage is de problematische werkrelatie uitdrukkelijk vermeld en is daarover vastgesteld dat die in de loop van de tijd juist niet is verbeterd.
Anders dan appellante is het College van oordeel dat de eindbeoordeling, die is opgemaakt door twee beoordelaars met raadpleging van de stagebegeleiders, niet zodanig summier is dat het CBE op grond daarvan had moeten vaststellen dat die de beslissing van de examencommissie met een onvoldoende niet zou kunnen dragen, of dat deze, bezien in het licht van de tussentijdse beoordeling, onbegrijpelijk is. In dit verband is van belang dat appellante zelf wist dat er het nodige schortte aan haar functioneren bij het stagebedrijf en dat zij daarop ook van de zijde van de onderwijsinstelling tijdig is gewezen.
Dat sprake is geweest van een tekortschietende begeleiding heeft appellante niet aannemelijk gemaakt. Dagelijkse aanwezigheid van een beoordelaar bij de stage is, anders dan appellante suggereert, voor een goede en objectieve beoordeling van een stage die 10 maanden duurt niet noodzakelijk. Dat appellante niet op de hoogte zou zijn geweest van wat er in de tweede helft van de stage nog van haar werd verwacht, is terecht door het CBE ongeloofwaardig geacht, gezien de weergave in OSIRIS van de vele contacten die zij met diverse betrokkenen over haar stage heeft gehad na de tussentijdse beoordeling. Gelet op de weergave van die contacten mocht zij er niet op vertrouwen dat de eindbeoordeling niet – in negatieve zin – zou afwijken van het tussentijdse oordeel. Voor het inschakelen van een derde beoordelaar heeft het CBE dan ook geen aanleiding hoeven zien.
Appellante wordt niet gevolgd in haar standpunt dat de OER de onderwijsinstelling ertoe verplichtte haar het eindverslag te laten herkansen omdat jaarlijks twee toetskansen moeten worden geboden. Dit standpunt miskent dat niet alleen het stageverslag onvoldoende was, maar ook het functioneren van appellante tijdens de stage, waarin de specifieke competenties worden getoetst die relevant zijn voor een beginnende beroepsbeoefenaar.
De stelling van appellante dat in geen van de beoordelingen nadrukkelijk wordt aangegeven dat de stage zelf onvoldoende was, slaagt niet, nu uit de verslaglegging in OSIRIS blijkt van het tegendeel. Het CBE heeft kunnen oordelen dat de examen¬commissie het repareren van alleen het stageverslag niet toereikend behoefde te vinden om appellante een voldoende beoordeling te kunnen geven.
Evenzeer juist is het oordeel dat het CBE heeft gegeven over de beslissing van de examencommissie om appellante geen toegang te verlenen tot de minor. Zij voldeed niet aan de in de OER daarvoor gestelde voorwaarden. Terecht heeft het CBE verder vastgesteld dat, ook al omdat appellante niet alleen de stage moest herkansen maar ook andere cursussen had openstaan en haar een studeerbaar programma is geboden, niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat de examencommissie aanleiding had behoren te zien voor appellante van deze voorwaarden af te wijken.

Downloads