Skip content

2018/054.1

Verzoek tot een voorlopige voorziening om in afwachting van de beslissing op administratief beroep tegen de opgelegde schhorsing het onderwijs en de co-schappen te kunnen vervolgen.

Zaaknummer: 2018/054.1
Zittingsdag: Dinsdag 13 maart 2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er op dit moment geen grond voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening. Allereerst wordt hiertoe overwogen dat begrijpelijk is dat verweerder onderzoek wil doen naar bovenbedoelde meldingen en, gelet op de ernst van hetgeen is gemeld, verzoeker gedurende het onderzoek niet wil laten deelnemen aan coschappen.
Zoals de secretaris van het college van beroep voor de examens bij nagekomen e-mail heeft medegedeeld, zal het administratief beroep op 23 april 2018 ter hoorzitting worden behandeld. Uit het ter zitting verklaarde blijkt dat terstond na deze hoorzitting de beslissing, dan nog zonder motivering, aan verzoeker zal worden doorgegeven. Uiterlijk twee weken na de hoorzitting volgt de schriftelijke beslissing met motivering.
Hoewel begrijpelijk is dat verzoeker een hoorzitting op een eerdere datum wil en de behandeling ter zitting van de voorzieningenrechter erop was gericht dit te bereiken, is het belang van verzoeker bij een eerdere hoorzitting niet zo groot, dat dit het treffen van een voorziening rechtvaardigt. Omdat verzoeker in ieder geval tot eind april 2018 in zijn huidige woonruimte mag blijven wonen, zoals hij ter zitting van de voorzieningenrechter heeft toegelicht, is van een dreigend acuut verlies van die woonruimte op dit moment geen sprake. Bij een voor verzoeker positieve beslissing in administratief beroep, acht de voorzieningenrechter dan ook aannemelijk dat verzoeker zijn huidige huisvesting niet hoeft te onderbreken. Het aangevoerde financieel belang rechtvaardigt evenmin het treffen van een voorziening. Zoals beide partijen hebben aangegeven, is de verwachting dat overschrijding van de tien jaar studieduur geen nadelige gevolgen in de sfeer van studiefinanciering zal hebben, voor zover komt vast te staan dat deze overschrijding is veroorzaakt door een schorsing die niet rechtmatig was.
Verder is van belang dat verweerder heeft toegelicht welke voortgang er is in de onderzoekswerkzaamheden gedurende de schorsingsperiode en welke procedure wordt gevolgd ter voorbereiding van verdere besluitvorming. Hieruit blijkt dat met voldoende voortvarendheid stappen worden gezet.
Gelet op het voorgaande wegen de belangen van verweerder bij voortduring van de schorsing op dit moment zwaarder dan de belangen van verzoeker bij onmiddellijke hervatting van zijn opleiding.

Downloads