Skip content

2018/060/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van Fontys Hogescholen waarbij het administratief beroep van appellant tegen de beslissing van de Examencommissie van Fontys Hogeschool ICT dat appellant zijn zelfgekozen stage moet onderbreken en deze niet beoordeeld zal worden, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2018/060
Zittingsdag: Woensdag 9 mei 2018
Datum uitspraak: 16-07-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:
Beoordeling door het College
2.3.1. Het College stelt vast dat appellant genoegzaam op de hoogte is, althans had moeten zijn van de informatie neergelegd in het Blokboek Stage. De stagecoördinator heeft appellant ook op het belang van die informatie gewezen. Verder staat vast dat appellant, nadat de stagecoördinator hem tot twee keer toe uitstel had gegeven voor het inleveren van de vereiste documentatie, deze documentatie niet tijdig heeft verstrekt. Zoals verweerder terecht heeft gesteld, heeft appellant in dit verband niet aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van het ongeval van zijn vader niet in staat zou zijn geweest de stagecoördinator op zijn minst op de hoogte te stellen van het niet-tijdig kunnen inleveren van de documentatie. Daarbij neemt het College in aanmerking dat appellant voldoende tijd heeft gehad om tijdig aan de vereisten voor het lopen van een stage te voldoen. Al op 19 september 2016 had appellant de benodigde toestemming om een stage te zoeken. Appellant heeft zich echter pas na het verstrijken van de uiterste inleverdatum voor het gespreksformulier tot de examenkamer gewend met het verzoek om eerst een minor te volgen. Nadat appellant vervolgens meermalen uitstel was verleend, was het hem nog altijd niet gelukt tijdig de benodigde documentatie te verstrekken. Als gevolg van deze handelwijze, die volledig is toe te rekenen aan appellant, heeft de stagecoördinator zich niet tijdig een beeld kunnen vormen van de inhoud van de stage, de stageopdracht en de begeleiding. Verweerder heeft in dit kader toegelicht dat de stage een leerproces is dat plaatsvindt onder begeleiding en waarbij bedrijfsbezoeken worden afgelegd en een terugkomdag bij de opleiding plaatsvindt. Daarbij is een tijdige aanvang van de stage noodzakelijk, aldus verweerder. Verweerder heeft verder gemotiveerd dat de door appellant verstrekte documentatie niet compleet was. Volgens verweerder is de stageovereenkomst niet getekend door de verantwoordelijke persoon van de opleiding, omdat dit document niet bekend was bij de opleiding, is de kritische zelfreflectie niet ondertekend door de studieloopbaanbegeleider en is in het gespreksformulier niet aangegeven hoe de inhoudelijke begeleiding is gegarandeerd en wat de achtergrond van de begeleider is op het gebied van Game Design & Technology. Appellant heeft daar alleen maar tegenover gesteld dat de begeleiding voldoet aan de vereisten en dat het mogelijk is de stage achteraf te beoordelen.
2.3.2. Naar het oordeel van het College heeft verweerder zich, alle omstandigheden in ogenschouw nemend, terecht op het standpunt gesteld dat de toestemming voor het lopen van de stage op goede gronden is geweigerd.

Downloads