Skip content

2018/063

Beroep tegen de beslissing van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft waarbij het bezwaar van appellant tegen de beslissing dat hij € 534,33 moet betalen aan collegegeld en schadevergoeding, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2018/063
Zittingsdag: Maandag 18 juni 2018
Datum uitspraak: 18-07-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Heroverwegingen:

2.2.2. Uit de door het college van bestuur overgelegde stukken, waaronder het verloop van de communicatie tussen appellant en de TU Delft, het stappenplan herinschrijving Studielink en het stappenplan Digitale (incasso) machtiging blijkt het volgende. Op 8 augustus 2017 heeft de TU Delft een e-mail aan het TU-emailadres van appellant gezonden waarin hem is bericht dat nog geen verzoek tot herinschrijving is ontvangen. In deze e-mail is vermeld dat een verzoek tot herinschrijving en betaling uiterlijk 31 augustus 2017 via StudieLink dient te geschieden. In deze e-mail is voorts vermeld dat appellant de voortgangsindicatoren van het inschrijvingsverzoek in de gaten dient te houden via StudieLink. Op 11 augustus 2017 is vanuit StudieLink een e-mail verzonden naar het in StudieLink opgenomen e-mailadres van appellant en waarin hem is medegedeeld de digitale machtiging te bevestigen. Op zowel 24 augustus 2017 als op 19 september 2017 heeft de TU Delft een e-mail verzonden naar het in StudieLink opgenomen e-mailadres van appellant en is hem verzocht de digitale machtiging te bevestigen. Ten slotte heeft de TU Delft op 29 september 2017 wederom een e-mail aan appellant gezonden, zowel naar het in StudieLink opgenomen e-mailadres als naar het TU-emailadres van appellant. In het overgelegde stappenplan herinschrijving Studielink is onder het kopje “Verzoek tot herinschrijving” vermeld dat de student moet controleren dat zijn correspondentieadres, telefoonnummer en e-mailadres in StudieLink up to date zijn. Ook is in het stappenplan vermeld dat de student zijn verzoek tot inschrijving via StudieLink in de gaten moet houden. In het overgelegde stappenplan Digitale (incasso) machtiging is eveneens vermeld dat de student de berichtgeving in StudieLink in de gaten moet houden. Ook is daarin vermeld dat de student een bericht in zijn StudieLink-account ontvangt zodra de digitale machtiging is bevestigd. Het College is gelet op het vorenstaande van oordeel dat appellant kon en behoorde te weten dat de berichtgeving rondom zijn inschrijving en de betaling van het collegegeld via StudieLink en het in StudieLink opgenomen e-mailadres zou plaatsvinden. Anders dan appellant aanvoert, vermeldt Studielink dat de berichtgeving via StudieLink plaatsvindt en dat hij zijn e-mailadres in StudieLink up to date moet houden. Daarbij komt dat appellant, zoals in het vorenstaande is vermeld, via zijn TU-emailadres hier nog eens tweemaal op is geattendeerd. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de TU Delft in strijd met het Studentenstatuut heeft gehandeld. Evenmin bestaat grond voor het oordeel dat de TU Delft de zorgplicht jegens appellant heeft geschonden. Daarbij komt dat appellant zich al meer jaren aan de TU Delft heeft ingeschreven waardoor ervan mag worden uitgegaan dat hij bekend is of behoort te zijn met het inschrijvingsproces bij de TU Delft. Uit de door het college van bestuur overgelegde stukken blijkt dat sinds 2014 het in StudieLink opgenomen e-mailadres hetzelfde is gebleven. Appellant
heeft bovendien niet aangetoond dat het inschrijvingsproces aan de TU Delft in het studiejaar 2017-2018 afweek van de voorgaande jaren.
Aangezien appellant meer keren is geattendeerd op het voltooien van zijn inschrijving en hij geen bijzondere omstandigheden heeft aangedragen, ziet het College geen grond voor het oordeel dat zich een bijzonder geval van onbillijkheid van overwegende aard voordoet op grond waarvan het college van bestuur de hardheidsclausule had moeten toepassen.
Nu appellant in de maanden september en oktober 2017 gebruik heeft gemaakt van de voorzieningen van de TU Delft zonder dat hij stond ingeschreven, heeft het college van bestuur met juistheid vastgesteld dat appellant een bedrag van € 534,33 is verschuldigd.
Het betoog faalt.

Downloads