Skip content

2018/086.1

Zaaknummer: 2018/086.1
Zittingsdag: Woensdag 23 mei 2018
Datum uitspraak: 31-05-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.4. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de door verzoekster gewenste voorziening te treffen. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat, mede gezien het beperkte toetsingskader voor het College bij de beoordeling van een beslissing over een tentamenresultaat, geen aanleiding bestaat het besluit van verweerder onjuist te achten. Verzoekster heeft haar hoger beroep summierlijk toegelicht en om uitstel voor aanvulling van de gronden van beroep gevraagd. In hetgeen verzoekster in beroep op voorhand heeft aangevoerd tegen de beslissing van 26 maart 2018, te weten dat een onjuiste belangenafweging is gemaakt en dat de beslissing onvoldoende is gemotiveerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een ander oordeel. Ook het standpunt van verzoekster dat de feedback tijdens het referaat niet overeenkomt met het cijfer en dat het haar niet valt aan te rekenen dat zij aanvankelijk een kortere presentatie heeft gehouden, acht de voorzieningenrechter, mede gelet op de aan verzoekster beschikbaar gestelde syllabus van het onderzoekspracticum, waarin wordt uiteengezet aan welke eisen moet worden voldaan, onvoldoende om op voorhand te twijfelen aan de rechtmatigheid van de beslissing van verweerder van 26 maart 2018.
Het is de voorzieningenrechter bovendien niet gebleken van zodanige spoedeisende belangen aan de kant van verzoekster dat zij, in weerwil van de in artikel 12 van de OER neergelegde dwingende toegangseis voor het scriptietraject, in staat moet worden gesteld dat traject voort te zetten. Dat verzoekster inmiddels in een vergevorderd stadium zou zijn met haar scriptie, hetgeen verweerder overigens gemotiveerd heeft betwist, rechtvaardigt niet het treffen van een voorziening. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de procedure in administratief beroep weliswaar langer heeft geduurd dan verzoekster had verwacht, maar dat zij zelf de keuze heeft gemaakt het scriptietraject niettemin voort te zetten en bekend was met het standpunt van verweerder en de examencommissie dat bij een ongegrond administratief beroep de voorlopige voorziening zou eindigen. Daarbij komt dat het plannen van een hoorzitting wegens verhinderdata van de gemachtigde van verzoekster op zich heeft laten wachten, hetgeen mede voor de vertraging heeft gezorgd.

Downloads