Uitspraak in de zaak 2014/009/CBE

Bestreden beslissing:

Beroep tegen de beslissing van Rijksuniversiteit Groningen, waarbij het bezwaar van appellante tegen de beslissing van verweerder haar op grond van decentrale selectie niet toe te laten tot de opleiding geneeskunde gegrond wordt verklaard en onder verbetering van de motivering de primaire beslissing in stand wordt gelaten.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond

Hoofdoverwegingen:

2.4.1   Zoals eerder overwogen (uitspraak van 26 september 2013 in zaak nr. 2013/140, www.cbho.nl), heeft de wetgever met betrekking tot de decentrale selectie en derhalve tot de daarbij in aanmerking te nemen bijzondere kwalificaties en selectiecriteria aan het college van bestuur een zeer grote beleidsvrijheid toegekend.

2.4.2   Het college van bestuur heeft toegelicht dat de beoordeling van de antwoorden van iedere kandidaat op dezelfde manier plaatsvindt. De antwoorden op de diverse onderdelen zijn door twee onafhankelijke beoordelaars aan de hand van een vooraf vastgestelde handleiding beoordeeld. Voor het door appellante gemaakte onderdeel Wetenschap hebben beide beoordelaars voor de vragen geen punten toegekend, omdat zij in haar antwoorden onvoldoende getoond heeft de opdrachten op een analytische wijze te hebben verwerkt. Dit hoeft volgens het college van bestuur niet te betekenen dat de antwoorden pertinent onjuist zijn beantwoord, maar dat de antwoorden van onvoldoende diepgang waren. Dat in het geheel geen punten voor dit onderdeel zijn toegekend, ook al waren de antwoorden niet pertinent onjuist, valt naar het oordeel van het College binnen de grote beleidsvrijheid die het college van bestuur bij de decentrale selectie toekomt. Daartoe is van belang dat extreme scores nodig zijn om onderscheid te kunnen maken tussen de aan de decentrale selectie deelnemende kandidaten. Overigens is naar aanleiding van het bezwaarschrift van appellante de beoordeling van haar antwoorden nogmaals bekeken. Daarbij is niet gebleken dat die beoordeling onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Appellante kan niet worden gevolgd in haar standpunt dat de werkwijze van de decentrale selectie van de opleiding Geneeskunde in strijd met de wet niet transparant is, omdat de standaardantwoorden niet zijn bekendgemaakt. Dat is gedaan om te voorkomen dat voor toekomstige kandidaten inzichtelijk wordt op welke wijze zij worden beoordeeld. De Geschillenadviescommissie heeft in haar advies ook overwogen dat het begrijpelijk is dat informatie over de inhoud van de antwoorden geheim wordt gehouden. Met de door het college van bestuur gegeven motivering is voldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze de beoordeling heeft plaatsgevonden en dat dit zorgvuldig is gebeurd. Het college van bestuur heeft voorts geen aanleiding hoeven zien het oordeel van een derde onafhankelijke te vragen. Het college van bestuur mag vertrouwen op de kwaliteit van de beoordelaars, zijnde een hoogleraar en een universitair docent of een andere expert op het gebied van de genetica.

     Het betoog faalt