2014/015/CBE

Bestreden beslissing:

Beroep tegen de beslissing van het College van Beroep van de Examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam tegen een bindend negatief studieadvies ongegrond is verklaard.

Uitspraak CBHO

Het beroep is ongegrond

Hoofdoverwegingen:

Het aldus in beroep aangevoerde leidt niet tot het oordeel

dat verweerder de beslissing van 14 augustus 2013 ten onrechte in stand heeft gelaten. Vaststaat dat appellante niet aan de in de beslissing van de examencommissie van 28 november 2012 neergelegde eisen heeft voldaan. Verweerder heeft zich voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door appellante aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet van zodanig gewicht zijn dat van een negatief bindend studieadvies had moeten worden afgezien. Hierbij mocht verweerder betrekken dat het appellante gelet op de beslissing van 28 november 2012 duidelijk had behoren te zijn dat het behalen van de bachelor 1-vakken waarvoor zij geen vrijstelling had gekregen, absolute prioriteit had. Dat appellante ervoor heeft gekozen om in januari 2013, in plaats van het tentamen Inleiding Sociologie, de Praktijkstage uit het tweede jaar te volgen, komt voor haar eigen rekening en risico. Het beroep van appellante op het e-mailbericht van de studieadviseur van 12 maart 2013 faalt, nu uit dit bericht niet zonder meer valt af te leiden dat zij het vak Inleiding Sociologie niet meer in het studiejaar 2012-2013 zou hoeven te behalen en de studieadviseur ook niet bevoegd is dergelijke toezeggingen te doen. Wat betreft de aangevoerde persoonlijke omstandigheid rond de herkansing van het vak De Bestuurlijke Kaart van Nederland en Europa, heeft verweerder het door de examencommissie namens de decaan ingenomen standpunt mogen volgen dat deze omstandigheid niet of onvoldoende verklaard dat appellante niet de haar gestelde norm voor het hele studiejaar heeft behaald.