Uitspraak in zaak 2018/212/CBE

Bestreden beslissing:

De examencommissie heeft namens de decaan aan appellante een bindend negatief studieadvies verstrekt voor de opleiding Communicatie .

Het CBE van de Hogeschool van Amsterdam heeft het administratief beroep van appellant tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO: Ongegrond

Hoofdoverwegingen:

2.4. Niet in geschil is dat appellante in het studiejaar 2017-2018 eerst op 6 juni 2018 persoonlijke omstandigheden heeft gemeld bij het studentendecanaat en deze omstandigheden pas op 23 augustus 2018 met bewijzen heeft gestaafd. Mede gelet op het bepaalde in artikel 5.3 van de OER lag het op de weg van appellante om haar persoonlijke omstandigheden tijdig kenbaar te maken, zodat de opleiding op zorgvuldige wijze had kunnen vaststellen of een causaal verband bestaat tussen de omstandigheden en de studieresultaten. Daarbij is van belang dat van appellante had mogen worden verlangd dat zij, mede gelet op de gestelde duur van de persoonlijke problemen, tijdig hulp had gezocht teneinde te voorkomen dat zij verdere studievertraging zou oplopen. In dat geval had de opleiding zo nodig voorzieningen voor haar kunnen treffen dan wel haar kunnen adviseren waar zij hulp zou kunnen vinden voor haar problemen. Het College is van oordeel dat, mede gelet op de aard van de omstandigheden, het CBE zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het causale verband niet meer kon worden vastgesteld. Uit de door appellant overgelegde medische stukken kan niet worden opgemaakt dat haar medische situatie heeft geleid tot het niet behalen van de norm.

 Niet in geschil is dat appellante 41 studiepunten heeft behaald en daarmee niet heeft voldaan aan de norm als bedoeld in artikel 5.2 van de OER. Dat de resultaten van de door haar behaalde vakken van het propedeusejaar en de hoofdfase goed zijn en dat zij in het studiejaar 2017-2018 wel 30 punten van het tweede studiejaar heeft gehaald, kan niet met zich meebrengen dat voorbij wordt gegaan aan het bepaalde in artikel 5.3 van de OER.

Gelet op het voorgaande heeft het CBE naar het oordeel van het College het BNSA terecht in stand gelaten.

Het betoog faalt.