Uitspraak in zaak 2019/056.1

Verzoek voorlopige voorziening:

De tentamenperiode vangt aan op 17  juni 2019. Verzoekster vraagt om in afwachting van de beslissing op haar beroep in staat te worden gesteld om de tentamens te maken op de door haar verzochte wijze.

Uitspraak CBHO: Verzoek toegewezen

Hoofdoverwegingen:

Met haar verzoek beoogt verzoekster gedurende het lopende studiejaar tentamens en hertentamens te mogen afleggen in een afzonderlijk lokaal zonder medestudenten.

De rechtsvragen die in de hoofdzaak spelen, lenen zich niet voor enkelvoudige beantwoording door de voorzieningenrechter. Die rechtsvragen betreffen de begrenzing van de verplichting om voorzieningen in verband met functiebeperking toe te kennen, de noodzaak van de door verzoekster gevraagde voorziening en welk orgaan bevoegd is te beslissen op een verzoek om voorzieningen toe te kennen.

Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek beoordelen aan de hand van een belangenafweging. Deze valt in het voordeel van verzoekster uit. Het financieel belang van de hogeschool weegt niet op tegen het belang van verzoekster om gedurende het nog resterende gedeelte van het lopend studiejaar tentamens en hertentamens op de door haar gevraagde wijze af te leggen, totdat het CBHO op het beroep heeft beslist.