Uitspraak in zaak 2019/036/CBE

Bestreden beslissing:

De examinator heeft de onderwijseenheid Vakdidactiek met een onvoldoende beoordeeld.

Het CBE van de Hogeschool van Amsterdam heeft het administratief beroep van appellante tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: Ongegrond

Hoofdoverwegingen:

[…]

2.3.2. Gelet op deze uitleg ziet het College in het feit dat in het cijferregistratiesysteem 29 oktober 2018 als toetsdatum is vermeld geen reden om aan te nemen dat de beoordeling betrekking heeft gehad op het werk van een andere student. Het ingevoerde cijfer komt bovendien overeen met het aantal punten dat is toegekend op het beoordelingsformulier voor de opdracht van appellante.

Het betoog faalt.
2.4. Appellante voert aan dat de docent waarschijnlijk niet de definitieve versie van de opdracht heeft beoordeeld, maar een eerder ingediend concept.
2.4.1. Naar het oordeel van het College is niet gebleken dat de docent een andere versie van de opdracht heeft beoordeeld dan de versie die appellante op 4 november 2018 in de daarvoor bestemde dropbox heeft geplaatst. Het College betrekt daarbij dat uit de stukken naar voren komt dat dit tijdens een gesprek tussen de examencommissie en appellante op 10 januari 2019 is besproken en dat toen is gebleken dat de docent de juiste versie heeft beoordeeld.
Het betoog faalt.
[…]
2.5.1. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat appellante op 31 oktober 2018 per e-mail een concept aan de docent heeft voorgelegd met een verzoek om feedback. Zij heeft dit niet gedaan vanaf haar HvA-mailadres, maar vanaf haar mailadres op de school waar zij werkzaam is. Op 3 november 2018 heeft de docent in twee e-mails een reactie op het concept gegeven. Deze e-mails zijn gestuurd naar het mailadres dat appellante heeft gebruikt om het concept toe te sturen. Appellante heeft de definitieve versie van haar opdracht op 4 november 2018 ingediend door deze in de dropbox te plaatsen.
2.5.2. Naar het oordeel van het College heeft de docent niet onzorgvuldig gehandeld door de feedback te verzenden naar het mailadres dat appellante heeft gebruikt voor het toesturen van het concept. De docent mocht ervan uitgaan dat appellante de berichten op dit e-mailadres zou lezen. De docent heeft binnen enkele werkdagen en voor de uiterste datum voor het indienen van de opdracht gereageerd. De opdracht kon namelijk tot en met 9 november 2018 worden ingediend. Het College ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de docent niet tijdig heeft gereageerd op appellantes verzoek om feedback. Ter zitting heeft appellante verklaard dat zij de feedback van de docent niet heeft gelezen voor het indienen van de eindversie van haar opdracht en de feedback ook niet heeft afgewacht, omdat zij er vertrouwen in had dat zij een voldoende zou halen voor de opdracht. Dit komt voor eigen risico van appellante.
Nu is gebleken dat appellante de feedback van de docent niet heeft afgewacht en dus ook niet heeft betrokken in de eindversie van haar opdracht, hoeft hetgeen zij heeft aangevoerd over de kwaliteit van de feedback niet te worden beoordeeld.
Het College is daarnaast van oordeel dat het niet in strijd is met de zorgvuldigheid dat de docent appellante niet persoonlijk heeft aangesproken over de gebreken in het ingediende concept. De docent mocht ervan uitgaan dat appellante kennis zou nemen van de feedback die zij per e-mail had verstuurd en indien nodig zelf contact met de docent zou opnemen voor een nadere toelichting.
Gelet op het voorgaande bestaat in zoverre geen grond voor het oordeel dat het CBE de beslissing van de examencommissie van 29 november 2018 ten onrechte in stand heeft gelaten.
[…]

2.6.2. Gelet op het onder 2.2 weergegeven toetsingskader kan het College in beroep niet beoordelen of de opdracht van appellante inhoudelijk juist is gewaardeerd. Dit betekent dat het College niet kan ingaan op de beroepsgronden over de geschiktheid van de gekozen onderwerpen voor het vak verzorging in de onderbouw van het vmbo en het al dan niet ontbreken van een PTO en andere onderdelen van het vakwerkplan. Daarbij is mede van belang dat volgens het beoordelingsformulier niet alleen wordt getoetst of bepaalde onderdelen in het vakwerkplan staan, maar ook of die onderdelen in het vakwerkplan uitvoerig genoeg zijn beschreven.
[…]
2.7.1. Het College ziet geen aanwijzingen dat bij de beoordeling van de opdracht die in november 2018 door appellante is ingediend gebruik is gemaakt van de beoordelingscriteria die sinds april 2019 van toepassing zijn voor de herziene versie van de opdracht. Het betoog slaagt niet