Uitspraak in zaak 2019/050.4/CBE

Bestreden beslissing:

Verzoeker vraagt herziening van uitspraak 2018/186 van 5  april  2019

Zie ook uitspraak 2018/186 

Uitspraak CBHO: Verzoek afgewezen

Hoofdoverwegingen:

Beoordeling van het verzoek

2.4. Allereerst is van belang dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe dient om een geschil, naar aanleiding van de uitspraak van de rechter, in volle omvang opnieuw aan die rechter voor te leggen. Er worden daarom strenge eisen gesteld aan een herziening van een uitspraak. Die eisen staan in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. De e-mailwisseling met de studieloopbaanbegeleider heeft plaatsgevonden in juni 2017. Het gaat dus om een feit of omstandigheid van vóór de uitspraak van het College van 5 april 2019. Daarmee is voldaan aan voorwaarde a van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Vervolgens dient te worden beoordeeld of is voldaan aan voorwaarde b van dat artikel. Dit houdt in dat moet worden beoordeeld of de door verzoeker overgelegde e‑mailwisseling met zijn studieloopbaanbegeleider een omstandigheid is die niet bekend was bij verzoeker en ook niet redelijkerwijs bij hem bekend kon zijn.

2.4.1. Zoals verzoeker zelf stelt, heeft zijn familie de e-mailwisseling van juni 2017 met de studieloopbaanbegeleider aangetroffen op zijn computer. Deze e-mailwisseling, waarmee verzoeker bekend was, had hij kunnen en daarom moeten inbrengen in de procedure met zaak nr. CBHO 2018/186. Verzoeker diende ervoor te zorgen dat alle gegevens, die naar zijn mening van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van zijn zaak, aan het College ter kennis werden gebracht. In het geval dat verzoeker niet in de gelegenheid was om die gegevens in die eerdere procedure zelf over te leggen, had hij daar toen maatregelen voor moeten treffen door bijvoorbeeld zijn familie te vragen zijn e-mail te doorzoeken. De omstandigheid dat hij dat niet heeft gedaan komt voor zijn rekening. Hiermee is niet voldaan aan voorwaarde b van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Daarom hoeft niet meer te worden getoetst aan voorwaarde c van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb