Uitspraak in zaak 2019/031/CBE

Bestreden beslissing:

Op het verzoek om extra vakken te vermelden op het diplomasupplement is afwijzend beslist.

Het CBE van de Open Universiteit heeft het administratief beroep van appellante tegen de weigering ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: Deels gegrond en deels ongegrond

Hoofdoverwegingen:

Verzoek om aanvulling cijferlijst
[…]

2.4.2. Het oordeel van het CBE is juist. Gelet op de in rechtsoverweging 2.2 beschreven gang van zaken, kan het examen dat heeft geleid tot de uitreiking van het Mastergetuigschrift niet worden geacht de vakken te hebben omvat die appellante thans opgenomen wil zien op de cijferlijst behorende bij het Mastergetuigschrift. De afronding van deze vakken heeft bijgedragen aan het voldoen aan de voorwaarde voor toelating tot de masteropleiding. De beroepsgrond faalt.

[…]

Verzoek om aanpassing dossierverklaring

[…]

2.5.2. Het College overweegt ambtshalve het volgende. Zoals het College eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 november 2015 in zaak nr. CBHO 2015/086; www.cbho.nl) kan een dossierverklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, van de WHW, niet als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt en derhalve ook niet als een beslissing als bedoeld in artikel 7.61, eerste lid, aanhef en onder e, van de WHW. Deze verklaring behelst niet meer dan een feitelijke weergave van cijfers die bij eerdere beslissingen zijn vastgesteld en die via een computer wordt uitgeprint. De verstrekking van een dergelijke weergave is niet gericht op enig rechtsgevolg. Gelet hierop, heeft het CBE zich ten onrechte bevoegd geacht om te beslissen op een administratief beroep ingesteld tegen een zodanige beslissing van de examencommissie. Reeds hierom is het beroep in zoverre gegrond en dient  de door het CBE genomen beslissing van 16 januari 2019 op dit punt te worden vernietigd.