Uitspraak in zaak 2019/067.4/CBE

Verzoek herziening:

Verzoeker vraagt herziening van uitspraak CBHO 2018/184 van 24 april 2019.

Uitspraak CBHO: Verzoek afgewezen

Hoofdoverwegingen:

2.3.1. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er niet toe om een geschil, waarin al onherroepelijk is beslist, in volle omvang opnieuw aan de rechter voor te leggen. Er worden daarom strenge eisen gesteld aan een herziening van een rechterlijke uitspraak. Anders dan verzoeker ter zitting van het College heeft betoogd, bestaat voor het College in het kader van een herzieningsverzoek dus geen ruimte om de onherroepelijke uitspraak van 24 april 2019 opnieuw te beoordelen. Dat zou zelfs zo zijn indien het College, zoals verzoeker stelt, wettelijk bevoegd zou zijn om zich over het incident tijdens het inleveren van het tentamen uit te spreken. De eisen voor herziening staan in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Verzoeker vermeldt in zijn verzoekschrift geen feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak van 24 april 2019 hebben plaatsgevonden, maar die bij hem niet bekend waren of redelijkerwijs niet bij hem bekend konden zijn. In het verzoekschrift staan alleen argumenten waaruit blijkt dat verzoeker het niet eens is met de uitspraak van 24 april 2019. Omdat dat geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb zijn, kan de uitspraak van het College van 29 april 2019 niet worden herzien.