Uitspraak in zaak 2019/085.5

Bestreden beslissing:

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het aan haar toegekende rangordenummer betreffende toelating tot de opleiding mondzorg. Het bezwaar is aanvankelijk door instituutsdirecteur ongegrond verklaard, en later eveneens door het college van bestuur.

Uitspraak CBHO: Ongegrond

Hoofdoverwegingen:

2.3. Niet in geschil is dat appellante zeer gemotiveerd voor de opleiding is. Voor het onderdeel 'motivatie' heeft appellante het maximaal aantal te behalen punten behaald. Zoals in het door verweerder overgenomen advies van de geschillenadviescommissie is vermeld, zijn appellante voor het onderdeel 'ambitie' echter 0 van de 5 punten toegekend, omdat uit haar motivatiebrief niet blijkt dat zij een duidelijk beeld van het uitstroomprofiel van de opleiding heeft en dat zij zich in het beroepsprofiel heeft ingelezen. Verder is in de motivatiebrief het zelfstandig werken op hbo-niveau en het belang van preventie en voorlichting niet benoemd. Niet is gebleken dat dat deze beoordeling van de motivatiebrief onjuist is. Dat appellante een vooropleiding op hbo niveau heeft gedaan en haar situatie anders is dan die van de meeste studenten, noopte niet tot een andere beoordeling van de brief. Zoals verweerder ter zitting van het College heeft toegelicht, zijn aspecten als het meelopen met een mondhygiƫnist en het meedoen op een open dag in het kader van het onderdeel 'motivatie' beoordeeld. Gelet hierop heeft verweerder de beslissing van de directeur van 17 april 2019 terecht gehandhaafd.

Het betoog faalt.