Uitspraak CBHO 2019/094

Bestreden beslissing:

De examencommissie heeft wegens plagiaat twee papers van appellante ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan het desbetreffende vak ‘The State of the European Economy’ gedurende de rest van het studiejaar.

Het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam heeft het administratief beroep van appellante tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: 

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Uit de stukken die de examencommissie bij verweerder heeft ingediend, blijkt dat appellante een aanzienlijke hoeveelheid tekstgedeelten van verschillende bronnen letterlijk in haar papers heeft overgenomen. Appellante heeft daarbij wel de bron vermeld, maar niet duidelijk gemaakt dat het om letterlijke citaten gaat. Appellante heeft daarom plagiaat gepleegd als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder c, van de Regeling. Van een lichte tekortkoming is, gelet op de aanzienlijke hoeveelheid betrokken tekstgedeelten, geen sprake. De invulling van plagiaat in die bepaling is niet onredelijk of in strijd met de WHW. De Gedragscode staat evenmin aan die invulling in de weg. Dat appellante niet eerder op het plegen van plagiaat is aangesproken, terwijl zij de hier tegengeworpen wijze van bronvermelding naar eigen zeggen vaker heeft toegepast, betekent niet dat zij hier geen plagiaat heeft gepleegd. Het College acht voorts niet aannemelijk dat appellante onvoldoende over de toegestane wijze van bronvermelding is voorgelicht. Zoals verweerder in zijn verweerschrift en ter zitting van het College onbetwist heeft toegelicht, wordt in de handleiding van het betrokken vak naar de Regeling verwezen en wordt daarin ook vermeld dat duidelijk uit de opmaak van de tekst moet blijken wanneer sprake is van citaten of van letterlijk overgenomen tekst. Ten slotte is het College van oordeel dat de opgelegde sanctie, zoals door de examencommissie in administratief beroep gematigd, proportioneel is. De examencommissie heeft door de matiging van de sanctie voldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat appellante in de laatste fase van haar opleiding zit. Van omstandigheden die tot verdere matiging hadden moeten leiden, is niet gebleken.

Het betoog faalt.