Uitspraak CBHO 2019/211

Bestreden besluit:

De examencommissie heeft namens het instellingsbestuur aan appellante een bindend negatief studieadvies verstrekt voor de opleiding Safety & Security Management (Veiligheidskunde).

Het CBE van De Haagse Hogeschool heeft het administratief beroep van appellante tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO: 

Ongegrond

Hoofdoverwegingen:

2.3.2. In hetgeen appellante aanvoert, ziet het College geen grond voor het oordeel dat het CBE de beslissing van de examencommissie ten onrechte in stand heeft gelaten. Hiertoe overweegt het College dat vast staat dat appellante niet aan de studievoortgangsnorm heeft voldaan. Voorts overweegt het College dat appellante haar persoonlijke omstandigheden laat heeft gemeld bij de studentendecaan. Appellante heeft ter zitting van het College ook erkend dat zij eerder hiervan melding had moeten maken. Door deze omstandigheden zo laat te melden, heeft zij de opleiding de mogelijkheid ontnomen om advies te geven dan wel voor haar passende voorzieningen te treffen. Tevens heeft de studentendecaan hierdoor het causaal verband tussen de persoonlijke omstandigheden en het niet voldoen aan de studievoortgangsnorm niet kunnen vaststellen. Het College is van oordeel dat dit voor risico van appellante komt. Wat betreft de stelling van appellante dat zij in het studiejaar 2015-2016 een operatie heeft ondergaan en dat zij dat destijds heeft gemeld, overweegt het College dat appellante destijds een andere opleiding volgde binnen de hogeschool. De melding die zij destijds heeft gedaan vond plaats bij een andere studentendecaan. Naar het oordeel van het College lag het op de weg van appellante om dit in het studiejaar 2018-2019 te melden, te meer ter zitting van het CBE aan appellante is gevraagd of zij voorafgaand aan periode 3 en 4 hinder heeft ondervonden van haar persoonlijke omstandigheden. Appellante heeft dit toen echter ontkend.
Het betoog faalt.