Uitspraak in zaak 2019/172/CBE

Bestreden beslissing:

De examinator heeft de afstudeeropdracht ook na herkansing met een onvoldoende beoordeeld.

Het CBE van de Hogeschool Rotterdam heeft het administratief beroep tegen die beoordeling ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: Gegrond

Hoofdoverwegingen:

2.4.4. Het College is van oordeel dat het CBE een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de regels die de opleiding in de afstudeerhandleiding heeft opgesteld. De adviesbeoordeling is duidelijk onder het kopje “afstudeerverslag” ondergebracht, zodat deze bij de beoordeling daarvan dient te worden betrokken. Indien het CBE van oordeel is dat dit per abuis is gedaan, dient hij de opleiding te verzoeken de regels in de afstudeerhandleiding aan te passen. Het CBE mocht in ieder geval niet ten nadele van de student een uitleg geven aan de afstudeerhandleiding die niet strookt met de letterlijke bewoordingen daarvan. Voorts is het College van oordeel dat het oordeel van de bedrijfsbegeleider niet slechts een advies is, waarvan zonder nadere motivering kan worden afgeweken. Dit geldt temeer nu het oordeel van de bedrijfsbegeleider ook ziet op aspecten die een rol spelen bij het afstudeerverslag. Het CBE heeft dit ten onrechte niet onderkend.
Het betoog slaagt.