Uitspraak CBHO 2020/097.1

Verzoek voorlopige voorziening:

verzoekster vraagt een herziene beoordeling van de geschiktheid voor de opleiding vóór 1 september 2020 en om tot die datum een plaats voor haar gereserveerd te houden.

Uitspraak CBHO:

Verzoek afgewezen

Zie ook uitspraak CBHO 2020/097.5

Hoofdoverwegingen:

2.4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat in de bodemprocedure rechtsvragen aan de orde zijn, die zich minder goed lenen voor beantwoording in de onderhavige procedure. De voorzieningenrechter ziet dan ook af van een inhoudelijke beoordeling van het beroep vooruitlopend op de behandeling in de hoofdzaak. De vraag of een voorlopige voorziening moet worden getroffen vooruitlopend op de beoordeling van het beroep door het College, zal de voorzieningenrechter beantwoorden aan de hand van een belangenafweging.

2.4.1. Het belang van verzoekster bij de gevraagde voorziening(en) is helder. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient vooralsnog echter meer gewicht te worden toegekend aan het belang van het CvB en de belangen van derden dan aan de belangen van verzoekster. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat als gevolg van de corona-crisis een situatie van overmacht is ontstaan aan de zijde van de VU waardoor de tweede ronde van de decentrale selectie geen doorgang heeft kunnen vinden. Het CvB heeft gemotiveerd gesteld dat het niet mogelijk is om op korte termijn alsnog de tweede ronde van de decentrale selectie, bestaande uit het afleggen van toetsen, te organiseren. Het CvB heeft hierbij gemotiveerd toegelicht dat het uitgangspunt van de VU is dat alle kandidaat-studenten op gelijke wijze moeten worden behandeld en dat het niet mogelijk is alle kandidaat-studenten die ook deel uitmaakten van de gewogen loting op hetzelfde moment en onder dezelfde omstandigheden alsnog te toetsen. Ten aanzien van een deel van deze groep geldt dat zij op basis van de loting al tot de opleiding zijn toegelaten, hetgeen thans niet meer kan worden teruggedraaid. De voorzieningenrechter overweegt voorts dat het treffen van de gevraagde voorzieningen er onvermijdelijk toe leidt dat de belangen van derden worden geraakt. Het reserveren van een bewijs van toelating of het voorlopig toelaten van verzoekster tot de opleiding heeft namelijk tot gevolg dat er een plaats minder beschikbaar is voor andere kandidaat-studenten die zich mogelijk in dezelfde situatie als verzoekster bevinden. De voorzieningenrechter acht het niet wenselijk dat verzoekster ten aanzien van deze kandidaat-studenten zou worden bevoordeeld.