Uitspraak in zaak 2020/120.1

Verzoek voorlopige voorziening:

Tevens vraagt appellante een voorlopige voorziening (toelating tot onderwijs/tentamens in afwachting van beslissing op het beroep).

Zie ook zaak 2020/120.5

Uitspraak CBHO: Verzoek afgewezen

Hoofdoverwegingen:

2.5. In de hiervoor in 2.1 vermelde uitspraken van 3 september 2020 heeft het College overwogen dat verweerder een terechte beslissing heeft genomen door de toetsdag in het kader van de tweede ronde van de selectieprocedure te laten vervallen. Verder heeft het College overwogen dat het standpunt van verweerder, dat alternatieve toetsing in het kader van de tweede ronde niet mogelijk was, begrijpelijk en niet onredelijk is, en dat verweerder na de eerste ronde van de selectieprocedure mocht overgaan tot selectie door de ranking van de kandidaten te bepalen aan de hand van de op dat moment over hen bekende informatie. Voorts heeft het College in de uitspraak van 3 september 2020 in zaak nr. 2020/097.5 het standpunt van verweerder onderschreven dat het afleggen van een vervangende toets onder de gegeven omstandigheden niet mogelijk is en dat het laten vervallen van de aanmelding voor het jaar 2020 voldoende compensatie is. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het geval van verzoekster anders te oordelen. In zoverre faalt het betoog.
2.6.Ter zitting van de voorzieningenrechter is gebleken dat verzoekster op basis van het haar toegekende, door Methode A gegenereerde nummer 537, noch op basis van het door Methode B gegenereerde nummer 513 direct voor de opleiding zou zijn geplaatst. Ook via naplaatsing zou zij geen toelatingsbewijs voor de opleiding hebben kunnen bemachtigen. Daarvoor zijn de beide rankingnummers te hoog. Ter zitting van het College heeft verweerder toegelicht dat naplaatsingen hebben plaatsgevonden tot en met nummer 431 op grond van Methode A en, naar aanleiding van de uitspraken van het College van 3 september 2020, tot en met een nummer onder 400 op grond van Methode B. Inmiddels zijn alle plaatsen vergeven. In zoverre heeft het geen toegevoegde waarde om de beslissing van 15 april 2020 te vernietigen en verzoekster alsnog het op Methode B gebaseerde rankingnummer toe te kennen. Daarmee onderscheidt de situatie van verzoekster zich van de situatie in de zaken met nrs. 2020/104.5 en 2020/106.5. Ook in zoverre faalt het betoog.