Uitspraak in zaak 2020/070/CBE

Bestreden beslissing:

Het bestuur van de Faculteit der Sociale Wetenschappen heeft namens het instellingbestuur afwijzend beslist op het verzoek tot toelating tot de masteropleiding Psychologie.

Het CBE van de Universiteit Leiden heeft het administratief beroep tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: Ongegrond 

Hoofdoverwegingen:

2.8. Het College stelt voorop dat het de beslissing van verweerder dat het faculteitsbestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante niet in het bezit is van kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van een graad Bachelor in het wetenschappelijk onderwijs, slechts terughoudend kan toetsen. 2.9. Vaststaat dat appellante niet in het bezit is van een bachelordiploma Psychologie van de Universiteit Leiden, zodat zij niet direct tot de masteropleiding Psychologie kon worden toegelaten. Door het faculteitsbestuur is aan appellante, gelet op haar vooropleiding, een premasterprogramma aangeboden. In dit masterprogramma diende zij een aantal specifiek benoemde onderwijseenheden te volgen. De aan die onderwijseenheden toegekende studiepunten voor een totaal van 55 studiepunten diende zij op grond van artikel 5.4.1 van de OER binnen één jaar te behalen. Ter zitting heeft verweerder op dit punt toegelicht dat ook het volbrengen van het premasterprogramma binnen het tijdsbestek van één jaar een selectiecriterium is. Bij beslissing van 26 juli 2018 is vastgesteld dat appellante niet het vereiste aantal punten heeft behaald. Zij heeft de onderwijseenheden Toetsende statistiek, Multivariate data analyse en Groepsdynamiek uit het premasterprogramma niet behaald. Deze beslissing is inmiddels in rechte onaantastbaar. Dit betekent dat appellante ook via het premasterprogramma niet kon worden toegelaten tot de masteropleiding. Voor zover appellante betoogt dat verweerder haar op grond van artikel 5.2.2 van de OER in redelijkheid, gelet op het door haar behaalde bachelordiploma Liberal Arts and Sciences, de 45 studie-punten die zij heeft behaald binnen de bacheloropleiding International Psychology en de 40 studiepunten die zij in het premasterprogramma heeft behaald, alsnog tot de masteropleiding had moeten toelaten, overweegt het College als volgt. Appellante heeft uitvoerige lijsten overgelegd met door haar behaalde onderwijseenheden uit eerdere opleidingen om aan te tonen dat zij beschikt over voldoende kennis, inzicht en vaardigheden over de in artikel 5.2.1, aanhef en onder b, van de OER genoemde onderwerpen. Verweerder heeft gemotiveerd aangevoerd en ter zitting nader toegelicht dat het totaalbeeld van de door appellante behaalde onderwijseenheden is dat zij onvoldoende aan de in artikel 5.2.1, onder b, van de OER genoemde eisen voldoet. In dit verband heeft verweerder onder meer toegelicht dat een door appellante aangedragen vak meer keren is gebruikt om aan te tonen dat zij beschikt over kennis van een bepaald onderwerp. Zo heeft zij het vak Developmental psychopathology ingezet voor zowel klinische als ontwikkelings- en onderwijspsychologie, terwijl dit volgens verweerder twee aparte gebieden van de psychologie zijn die niet beide volledig door deze onderwijseenheid gedekt kunnen worden. Daarnaast kan het standpunt van appellante dat zij deels onderwijseenheden van Ontwikkelings- en onderwijspsychologie, Multivariate data analyse en Toetsende statistiek heeft afgerond volgens verweerder niet leiden tot de conclusie dat zij
volledig aan de leerdoelen van die onderwijseenheden heeft voldaan. Het College is, gegeven de eerder genoemde terughoudende toetsing
en de uitleg van verweerder, van oordeel dat niet is gebleken dat de door appellante aangedragen onderwijseenheden voldoende
compenseren voor de deficiënties in kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor toelating tot de masteropleiding. Verweerder heeft zich
daarmee in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het verzoek om toelating tot de masteropleiding Psychologie, specialisatie Economic
and Consumer Psychology, terecht is afgewezen. 

Het betoog faalt.