Uitspraak CBHO 2020/152

Bestreden beslissing:

De directeur Academic Affairs heeft afwijzend beslist op het verzoek om toelating tot de premaster geneeskunde.

Het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft het bezwaar van appellant tegen de afwijzing ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing van het college van bestuur heeft appellant beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond

Hoofdoverwegingen:

2.3.1. Het College stelt voorop dat artikel 7.30b van de WHW betrekking heeft op toelatingseisen voor een master. Daaruit volgt niet dat de toelatingseisen die gelden voor een master ook één op één dienen te gelden voor een pre-master. Voor de toelating tot de pre-master Geneeskunde heeft het college van bestuur gekeken welke vooropleiding het best passend is, aangezien het aantal beschikbare plaatsen schaars was terwijl er veel meer aanmeldingen waren. Het College acht deze wijze van beoordelen niet onrechtmatig. Het college van bestuur heeft toegelicht dat appellant niet bij de 35 meest geschikte kandidaten zat, waarvan er overigens uiteindelijk nog 10 zijn afgevallen. Appellant hoorde hier niet bij omdat zijn vooropleiding (Technische Geneeskunde) slechts voor circa 70% aansloot op de master Geneeskunde, terwijl veel andere studenten een vooropleiding hadden die voor 100% op de master aansloot. Ter zitting heeft het college van bestuur nader toegelicht dat uit de zogenoemde Raamplannen van de verschillende opleidingen blijkt dat de vooropleiding die appellant heeft gevolgd technisch gericht is, terwijl de vooropleiding Biomedische Wetenschappen gericht is op mensgebonden onderzoek. Het College ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college van bestuur zich niet om die reden op het standpunt mocht stellen dat de vooropleiding Biomedische wetenschappen beter past bij de master Geneeskunde dan de vooropleiding Technische Geneeskunde. Ter zitting is gebleken dat ook in het geval de opleiding Biomedische Wetenschappen is gevolgd aan een andere universiteit dan Radboud deze beter passend wordt gevonden door het college van bestuur dan de opleiding Technische Geneeskunde. Het College is onder deze omstandigheden van oordeel dat het college van bestuur appellant niet hoefde toe te laten tot de pre-master. Het betoog slaagt niet.De zaak is in behandeling, er is nog geen uitspraak.