Uitspraak CBHO 2020/173

Bestreden beslissing: 

De examencommissie heeft wegens plagiaat de zelfstudieoefeningen met een 0 beoordeeld.

Het CBE van de Vrije Universiteit heeft het administratief beroep van appellant ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Gegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.5. Het College overweegt dat appellant niet kan worden gevolgd in zijn stelling dat de examencommissie niet meer bevoegd was hem een sanctie op te leggen, omdat de termijn van twee weken, zoals genoemd in de e-mail van 15 januari 2020, was verstreken. Hiertoe overweegt het College dat deze termijn niet in de Regels en Richtlijnen is opgenomen, zodat geen sprake is van een fatale termijn. Verder heeft verweerder gemotiveerd uiteengezet dat er bij het vak vele fraudegevallen waren ontdekt, waardoor de desbetreffende docent meer tijd nodig had om onderzoek te doen naar mogelijk plagiaat.
Het College overweegt dat de examencommissie alvorens zij tot de beslissing tot oplegging van de sanctie is gekomen, appellant onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld zich adequaat te verdedigen tegen de beschuldigingen van plagiaat. Nu het hier om een punitieve sanctie gaat, had het om de weg van de examencommissie gelegen om appellant duidelijk te informeren bij welke zelfstudieoefening hij plagiaat zou hebben gepleegd en op welke wijze dat zou hebben plaatsgevonden. Ook had het op de weg van de examencommissie gelegen om tijdig de stukken waarop het vermeende plagiaat betrekking heeft aan appellant ter beschikking te stellen, zodat hij zich adequaat kon voorbereiden op zijn verdediging, hetgeen niet is gebeurd. De examencommissie heeft dus niet mogen volstaan met de algemene mededeling dat appellant wordt beschuldigd van plagiaat en dat hij in een gesprek hierover uitleg mag geven. Appellant betoogt dan ook terecht dat verweerder niet heeft onderkend dat de beslissing van de examencommissie in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel tot stand is gekomen, zodat de beslissing van zowel verweerder als de examencommissie alleen al hierom niet stand kan houden.
Het betoog slaagt.