Uitspraak CBHO 2020/185

Bestreden beslissing: 

Omdat niet tijdig volledig aan de betalingsverplichting is voldaan is appellant door CSA niet ingeschreven voor de opleiding commerciële economie.

Het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam heeft het bezwaar van appellant tegen de weigering ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing op bezwaar heeft appellant beroep bij het College ingesteld.

Uitspraak CBHO:

ongegrond

Hoofdoverwegingen:

Het College is van oordeel dat verweerder duidelijk en tijdig aan appellant heeft gecommuniceerd dat, en op welke wijze, het verschuldigde collegegeld moet worden voldaan. Het College overweegt hiertoe dat appellant zowel via meerdere persoonlijke e-mails als via de website van de hogeschool erop is geattendeerd dat hij het collegegeld kan voldoen door het afgeven van een machtiging via Studielink of door betaling van het collegegeld via een bankafschrijving. Het College is verder van oordeel dat appellant geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel toekomt. Het College overweegt hiertoe dat appellant naar aanleiding van de toezending van het onjuiste formulier een automatisch gegenereerde e-mail van de hogeschool heeft ontvangen. In deze e-mail is slechts vermeld dat het Administratief Centrum van de hogeschool het bericht van appellant heeft ontvangen en dat uiterlijk op 4 september 2020 een reactie op zijn bericht zal worden gegeven. De e-mail bevat geen bevestiging of toezegging dat appellant aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en dat hij is ingeschreven. In de e-mail is evenmin vermeld dat bij uitblijven van een reactie op uiterlijk 4 september 2020 appellant er vanuit mag gaan dat alles in orde is. Het enkele feit dat hij op 4 september 2020 dus geen bericht heeft ontvangen, kan appellant dan ook niet baten, temeer daar er op 7 september 2020 aan appellant een e-mail is gestuurd waarin hij erop is gewezen dat de inschrijving nog niet is voltooid. Ook op 17 september 2020 is appellant per e-mail eraan herinnerd dat zijn inschrijving nog niet is voltooid. Dat appellant deze e-mails niet heeft gelezen, komt voor zijn risico. Verder heeft verweerder gemotiveerd uiteengezet dat uit coulance studenten zich in de gehele maand september nog kunnen inschrijven voor de opleiding. Verweerder was niet gehouden om appellant alsnog vanaf 1 oktober in te schrijven en toe te laten tot de opleiding. Verweerder heeft zich in dit verband op het standpunt mogen stellen dat dit niet wenselijk is, omdat de instelling slechts bekostiging krijgt voor studenten die uiterlijk op 1 oktober zijn ingeschreven voor een opleiding.
De conclusie is dat de beslissing van verweerder om het inschrijvingsverzoek van appellant af te wijzen in stand blijft.
Het betoog faalt.