Uitspraak CBHO 2020/200

Bestreden beslissing:

Het CBE van de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het administratief beroep van appellant.

Uitspraak CBHO:

onbevoegd

Hoofdoverwegingen:

2.2. Dit betoog is juist Appellant heeft onderwijs gevolgd aan de ESAA. Uit vaste rechtspraak van het College (uitspraken van 24 augustus 2013 in zaak nr. 2013/062 en 19 april 2017 in zaak nr. 2017/011; www.cbho.nl) volgt dat het College alleen bevoegd is kennis te nemen van een beroep, voor zover dit verband houdt met een onder hoofdstuk 7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vallende opleiding. Het moet dan gaan om een uit ‘s Rijks kas bekostigde opleiding aan een uit ’s Rijks kas bekostigde universiteit of hogeschool. Appellant heeft op 28 juli 2020 een geschrift ingediend bij de examencommissie van de ESE. Dit geschrift gaat over het verkrijgen van inzage in en kopieën van door hem en alle andere studenten aan de ESAA afgelegde tentamens, alsmede over het wijzigen van de aan de ESAA gehanteerde regelgeving. Het door appellant bij het cbe ingediende geschrift gaat eveneens over op de ESAA betrekking hebbende kwesties. Zoals op de website van de ESAA (www.eur.nl/esaa/) is vermeld, is de ESAA een samenwerkingsverband tussen de ESE en Erasmus Universiteit Rotterdam Accountancy, Auditing en Controlling (Eurac) B.V. De ESAA verzorgt geen uit ‘s Rijks kas bekostigde opleidingen. Dat appellant in het kader van het ESAA-onderwijs feitelijk een aantal vakken heeft gevolgd aan de ESE maakt dit niet anders. Het cbe heeft ter zitting toegelicht dat de ESAA docenten, materiaal en faciliteiten van de ESE (in)huurt, maar dat zij dit doet met het oog op het door de ESAA te verzorgen onderwijs. Dat betekent naar het oordeel van het College dat de ESAA en niet de ESE verantwoordelijk is voor het aldus gegevens onderwijs en de tentaminering. Dat betekent ook dat, anders dan appellant stelt, hij geen onderwijs aan de ESE volgt of heeft gevolgd.