Uitspraak CBHO 2020/161

Bestreden beslissing:

De directeur van het Domein Business, Finance & Law heeft namens het instellingsbestuur aan appellant een bindend negatief studieadvies verstrekt voor de opleiding  Business Studies.

Het CBE van Hogeschool Inholland heeft het administratief beroep van appellant tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Het College stelt vast dat de directeur erkent dat appellant wegens zijn chronische medische aandoening aan de botten belemmerd wordt bij het studeren. Op basis van een in een eerder studiejaar gegeven advies van de studentendecaan mag van appellant volgens de directeur worden verwacht dat hij 30 studiepunten per jaar haalt. Hieruit leidt het College af dat appellant, na aan het eind van het eerste studiejaar een uitgesteld studieadvies te hebben gekregen, in het tweede studiejaar zijn propedeuse had kunnen halen. Hij is hierin niet geslaagd. Desalniettemin is hem zowel aan het eind van het tweede studiejaar als aan het eind van het derde studiejaar opnieuw een uitgesteld studieadvies gegeven. In het laatst gegeven uitgesteld studieadvies is bepaald dat appellant voor 15 juli 2020 het propedeuseprogramma moet hebben afgerond om een BNSA te voorkomen.

Naar het oordeel van het College heeft verweerder het BNSA terecht in stand gelaten. Hierbij is van belang dat appellant gedurende het studiejaar 2019-2020 bij de studentendecaan geen melding heeft gemaakt van de persoonlijke omstandigheden die hem voor het eerst in dat studiejaar parten speelden. De hogeschool heeft daardoor geen goede inschatting kunnen maken van het effect van die omstandigheden op de studievoortgang en heeft evenmin voor daarop toegespitste begeleiding kunnen zorgen. Verder is van belang dat appellant in de vier jaar van zijn studie een aanzienlijk aantal pogingen heeft gedaan om bepaalde vakken te halen. Verweerder noemt in zijn verweerschrift onder meer de vakken Bedrijfsadministratie en Logistiek, voor welke vakken appellant in die vier jaar ten minste zes keer een toets heeft afgelegd. Gelet op dat aanzienlijke aantal pogingen, hoefde verweerder het niet halen van die vakken niet aan de door appellant aangevoerde persoonlijke omstandigheden toe te schrijven. Zelfs indien appellant de vakken Excel, Nederlands en Rekenen zou hebben behaald zou hij derhalve de propedeuse niet met succes hebben afgerond.

Omdat appellant in het studiejaar 2019-2020 aan zijn vierde studiejaar bezig was, viel hij niet onder de door de corona-situatie ingegeven regeling van de hogeschool op grond waarvan eerstejaars studenten bij het niet meteen halen van hun propedeuse geen BNSA wordt gegeven. Verweerder hoefde in die regeling daarom geen aanleiding te zien om het appellant gegeven BNSA te vernietigen.

Het betoog faalt.