Uitspraak CBHO 2020/146

Bestreden beslissing: 

Op het verzoek om restitutie van het collegegeld over de maand  januari  2020 is afwijzend beslist.

Het college van bestuur van de Hanzehogeschool Groningen heeft het bezwaar van appellant tegen die weigering ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing op bezwaar heeft appellant beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Gegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.3. Het College stelt vast dat appellant zijn studie heeft afgerond in december 2019. Het laatste cijfer is in Osiris (het interne systeem van de Hanzehogeschool) ingevoerd op 19 december 2019. Ondanks dat appellant zijn studie toen al had afgerond, heeft hij in januari 2020 nog ingeschreven gestaan en heeft zijn inschrijving beëindigd per 1 februari 2020. Van de zijde van het college van bestuur is aangegeven dat er een onderscheid is tussen EU-studenten en niet-EU studenten wat betreft de inschrijving voor een aantal maanden. Niet-EU studenten betalen het collegegeld voor de nominale duur van de opleiding (16 maanden) bij inschrijving in één keer vooruit. Verder blijkt uit de schriftelijke inlichtingen van het college van bestuur dat niet-EU studenten die binnen 16 maanden hun studie afronden, maar zich niet uitschrijven, geen aanvullende factuur krijgen. Het College begrijpt dit zo dat van niet-EU studenten, die na 16 maanden nog staan ingeschreven terwijl zij op dat moment hun studie al hebben afgerond, geen betaling van collegegeld wordt verlangd voor de extra maanden die zij (onnodig) staan ingeschreven. Zij hoeven dus geen handeling te verrichten tot uitschrijving, terwijl het college van bestuur dit wel aan appellant tegenwerpt. Het College stelt vast dat appellant, die ook zijn studie heeft afgerond, wel heeft moeten betalen voor een periode nadat hij zijn opleiding heeft afgerond, omdat hij zich niet (tijdig) heeft uitgeschreven. Het College is van oordeel dat het college van bestuur niet inzichtelijk heeft gemaakt dat en waarom dit onderscheid gerechtvaardigd is. Reeds hierom komt het besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel voor vernietiging in aanmerking. Het college van bestuur dient met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen. Het betoog slaagt.