Uitspraak CBHO 2020/190

Besteden beslissing:

Het CvB heeft appellant bericht dat hij het wettelijk collegegeld (€ 2143,--) verschuldigd is,

Appellant maakt bezwaar tegen de hoogte van het hem in rekening gebrachte wettelijk collegegeld omdat de dienstverlening door de instelling in verband met COVID-19 verminderd is.

Het college van bestuur van Hogeschool Inholland heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar heeft appellant beroep ingesteld.  

Uitspraak CBHO: 

Niet-ontvankelijk.

Hoofdoverwegingen:

2.2. Het College overweegt over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing als volgt. Appellant heeft een ingebrekestelling gestuurd op het moment dat de termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar nog niet was verlopen (vergelijk artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Deze ingebrekestelling is derhalve te vroeg ingediend, zodat niet voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Er bestaat dan ook geen aanleiding om een dwangsom vast te stellen wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar.

2.3. Verweerder heeft bij beslissing van 24 november 2020 het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat de e-mail van 3 juli 2020 geen beslissing is waartegen bezwaar kan worden gemaakt nu het wettelijk collegegeld bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. Volgens verweerder moet appellant zijn kwestie voorleggen aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2.4. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb wordt deze beslissing van rechtswege geacht onderwerp van het geding in beroep te zijn. Over dit van rechtswege ontstane beroep overweegt het College dat appellant geen inhoudelijke gronden tegen deze beslissing heeft aangevoerd en dat het beroep om die reden niet-ontvankelijk is. Overigens is het College van oordeel dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De e-mail van 3 juli 2020 kan niet als een beslissing in de zin van artikel 1:3 van de Awb worden aangemerkt, omdat deze e-mail niet meer bevat dan een bevestiging dat appellant een machtiging heeft afgegeven. Deze bevestiging houdt geen publiekrechtelijke rechtshandeling in. Tegen de bevestiging kan geen bezwaar worden gemaakt. Ter voorlichting van appellant overweegt het College dat het wettelijk collegegeld bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld en bindend voor de onderwijsinstellingen is.

2.5. Het beroep gericht tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op bezwaar is niet-ontvankelijk. Het van rechtswege ontstane beroep tegen de beslissing van 24 november 2020 is niet-ontvankelijk