Uitspraak CBHO 2021/016

Bestreden beslissing:

De masterscriptie is door de examinator met een 7,5 beoordeeld.

Het CBE van de Universiteit van Amsterdam heeft het administratief beroep van appellante ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. In hetgeen appellante aanvoert ziet het College geen grond voor het oordeel dat de beslissing van verweerder niet in stand kan blijven. Het College overweegt hiertoe dat niet is gebleken dat bij de beoordeling niet is voldaan aan de voorschriften van procedurele aard die bij of krachtens de Awb, de WHW of enig andere wet in formele zin zijn gesteld. De scriptie van appellante is door twee lezers beoordeeld, waarbij de tweede lezer ook een uitgebreide toelichting heeft gegeven bij het beoordelingsformulier. Het enkele feit dat de gegeven feedback van de scriptiebegeleider en de tweede lezer op onderdelen uiteenloopt, betekent nog niet dat de door de scriptiebegeleider gegeven feedback niet overeenkomstig de procedurele voorschriften heeft plaatsgevonden. Verder mist de stelling van appellant dat de feedback van de tweede lezer gekleurd zou zijn, wat daar verder ook van zij, feitelijke grondslag. Het College vindt het strevenswaardig dat appellante cum laude wil afstuderen en kan de teleurstelling van appellante dat zij een 7,5 heeft behaald in dat opzicht goed begrijpen. Dit kan er echter niet aan afdoen dat, zoals hiervoor is overwogen, niet is gebleken dat bij de beoordeling niet is voldaan aan de voorschriften van procedurele aard die bij of krachtens de Awb, de WHW of enig andere wet in formele zin zijn gesteld. 
Het betoog slaagt niet.