Uitspraak CBHO 2021/003

Bestreden beslissing:

Op het verzoek om in het studiejaar 2021-2022 gebruik te mogen maken van de opleidingsplaats ten behoeve van het studiejaar 2020-2021, is afwijzend beslist.

Het college van bestuur van de Vrije Universiteit heeft het bezwaar van appellant tegen die beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing van het college van bestuur heeft appellant beroep ingesteld bij het College.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Het College is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de situatie van appellant niet als een bijzondere situatie kan worden aangemerkt. Het College overweegt hiertoe dat appellant ter zitting van het College heeft toegelicht dat hij de CCVX-examens van de cursussen Biologie en Scheikunde niet heeft gehaald als gevolg van het nog niet volledig beheersen van de Nederlandse taal. Anders dan appellant in zijn stukken heeft gesteld, is het niet behalen van deze CCVX-examens dus niet het directe gevolg van de coronacrisis. De omstandigheid dat appellant het Nederlands nog niet volledig beheerst, komt voor risico van appellant. De omstandigheid dat dit, naar appellant stelt, komt omdat hij is beperkt in de mogelijkheid om lessen Nederlands te volgen, komt evenzeer voor zijn risico. Verder kan appellant niet worden gevolgd in zijn stelling dat verweerder heeft nagelaten maatwerk te bieden. Het College overweegt hiertoe dat verweerder appellant het aanbod heeft gedaan om een deelnamekans te schrappen. Naar het oordeel van het College is verweerder, hoewel hij daartoe, in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen niet verplicht was, appellant hiermee voldoende tegemoet gekomen. Het College is verder van oordeel dat verweerder bij de afwijzing van het verzoek heeft mogen betrekken dat de belangen van derden worden geraakt. Het reserveren van een opleidingsplaats voor appellant heeft namelijk tot gevolg dat er op voorhand een plaats minder beschikbaar is voor de kandidaat-studenten die zich voor het studiejaar 2021-2022 aanmelden. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het niet wenselijk is dat appellant ten aanzien van deze kandidaat-studenten zou worden bevoordeeld. De conclusie is dat verweerder het verzoek van appellant terecht heeft afgewezen. 
Het betoog slaagt niet