Uitspraak CBHO 2021/030

Bestreden beslissing:

Op het verzoek om beoordeling van onderwijseenheden heeft de examencommissie AUC afwijzend beslist.

Het CBE van de Vrije Universiteit heeft het administratief beroep van appellant tegen de weigering ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: 

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Verweerder heeft in zijn beslissing en ter zitting van het College uiteengezet dat de programmaonderdelen die appellant wil afronden inmiddels zijn afgesloten en niet meer worden aangeboden. Verweerder heeft toegelicht dat het AUC een bijzondere honoursopleiding is, bestaande uit zes semesters, waarbij de inhoud van de vakken per semester kan veranderen. Ook is de beschikbaarheid van de docent beperkt. Om deze redenen kan het voorkomen dat een student, die voor een bepaalde periode uitgeschreven heeft gestaan en wil terugkeren naar de honoursopleiding, wordt geconfronteerd met de situatie dat bepaalde programmaonderdelen niet langer worden aangeboden. Daardoor vervallen ook de opdrachten of onderdelen van een nog niet afgerond vak die de student wel heeft gemaakt en ingeleverd. Dat betekent, zo is ter zitting nader toegelicht, dat het feitelijk onmogelijk is om ingeleverd werk alsnog te laten beoordelen. Gelet op het bijzondere karakter van de opleiding is het College van oordeel dat verweerder terecht de examencommissie niet tegenwerpt dat de regelgeving er niet in voorziet dat een student na onderbreking van zijn opleiding zijn oude onderwijsprogramma weer kan hervatten in die zin dat hij niet afgeronde vakken alsnog kan afronden. Verweerder heeft verder toegelicht dat door de examencommissie rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van appellant. De examencommissie is appellant tegemoetgekomen door hem in de positie te brengen waarin hij zich bevond op het moment dat hij nog stond ingeschreven. De examencommissie heeft bepaald dat de door appellant behaalde studiepunten behouden blijven. Ook heeft examencommissie bepaald dat appellant nog steeds in aanmerking kan komen om de opleiding met ‘honours’ af te ronden. Dit hoewel een aantal vakken destijds is beoordeeld met een 0 en de studieduur daardoor langer is dan 6 semesters. Die vakken zullen namelijk buiten beschouwing worden gelaten. De examencommissie heeft verder gewezen op de mogelijkheid om vanwege persoonlijke omstandigheden in de toekomst rekening te houden met de studielast van appellant. De beslissing om appellant op deze wijze tegemoet te komen, waarbij rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden, acht het College niet onredelijk. De conclusie is dat verweerder de beslissing van de examencommissie terecht heeft in stand heeft gelaten. 
Het betoog slaagt niet.