Uitspraak CBHO 2021/086.5

Bestreden beslissing:

De toelatingscommissie heeft appellante op grond van de behaalde resultaten niet toegelaten tot de decentrale selectie Geneeskunde.
Het college van bestuur van de Vrije Universiteit heeft het bezwaar van appellante tegen die beslissing ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing op bezwaar heeft appellante beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Het College is van oordeel dat verweerder, gelet op de aard van de decentrale selectieprocedure, waarbij een aanzienlijk aantal kandidaten binnen een tamelijk kort tijdsbestek op basis van gelijke criteria met elkaar wordt vergeleken, niet ingevolge artikel 7:11 van de Awb gehouden was de pas in bezwaar door appellante naar voren gebrachte gecorrigeerde bewijsstukken bij de herbeoordeling in bezwaar te betrekken. Hierbij is van belang dat het Reglement het in te zenden inschrijfformulier met bijbehorende bewijsstukken vermeldt als beoordelingsobject bij de selectie voor de tweede fase van de selectieprocedure. Verder is van belang dat in het inschrijfformulier en de handleiding daarbij duidelijk is vermeld dat de inleverdeadline voor het formulier met bijlagen 31 januari 2021 is en dat het formulier en de bijlagen aan de in de handleiding vermelde vereisten moeten voldoen. Daarnaast is van belang dat in de handleiding is vermeld dat alleen rekening zal worden gehouden met een cijferlijst als deze is gewaarmerkt en daarin tevens is opgeroepen om bij vragen of onduidelijkheden contact met de selectiecommissie op te nemen, wat appellante niet voor het verstrijken van de deadline heeft gedaan. Omdat het inschrijfformulier met bijbehorende bewijsstukken het beoordelingsobject is, leidt het door appellante gemaakte onderscheid tussen een aanvulling en een verheldering van eerder ingediende bewijstukken niet tot een ander oordeel. De Procesbeschrijving en de handleiding bij het inschrijfformulier zijn in lijn met het Reglement en leiden daarom evenmin tot een ander oordeel. Het College acht het ten slotte vanuit een oogpunt van gelijke behandeling van de kandidaten niet onredelijk om ook ten aanzien van de door appellante aan de Vrije Universiteit gevolgde opleiding Biomedische Wetenschappen de eis te stellen dat een gewaarmerkte cijferlijst wordt overgelegd. Hierbij is verder van belang dat verweerder ter zitting van het College heeft toegelicht dat de leden van de selectiecommissie niet zomaar de door een kandidaat behaalde resultaten voor een aan de Vrije Universiteit Amsterdam gevolgde opleiding kunnen inzien. 
Het betoog faalt.