Uitspraak CBHO 2021/056.3

Wrakingsverzoek:

Het wrakingsverzoek is gericht tegen de leden die het beroep op de zitting van 24  september 2021 hebben behandeld.

Uitspraak CBHO:

Verzoek afgewezen.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Het College overweegt dat de beslissing van de zittingskamer om de zitting te laten plaatsvinden op het tijdstip waarvoor partijen zijn uitgenodigd, een procesbeslissing betreft. De vraag of een procesbeslissing al dan niet juist is, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, omdat een wrakingsverzoek niet is bedoeld als rechtsmiddel tegen een procesbeslissing. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien deze op zich dan wel in onderlinge samenhang bezien een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid van de rechters die de betrokken beslissing of beslissingen hebben genomen. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Het College stelt vast dat de schriftelijke uitnodiging voor de behandeling van zaaknummer CBHO 2021/056 ter zitting van 24 september 2021 zowel per post, per aangetekende post als per e-mail aan verzoeker is verzonden. Vervolgens is verzoeker per post en per e-mail geïnformeerd over een wijziging in de samenstelling van de zittingskamer. Verzoeker is op 24 september 2021 niet ter zitting verschenen. Nadat is gecontroleerd of de uitnodigingen op de juiste wijze zijn verzonden, is het beroep ter zitting behandeld. Op 27 september 2021 om 04:56 uur heeft verzoeker per e-mail gemeld dat hij om gezondheidsredenen verhinderd is “de zitting van heden” bij te wonen en om aanhouding van de behandeling verzocht. Op 27 september 2021, 09:36 uur, heeft de secretaris van het College verzoeker bericht dat het verzoek is afgewezen, omdat de behandeling reeds heeft plaatsgevonden. Verzoeker meldt dat zijn e-mail, waarin hij meldt dat hij is verhinderd de zitting bij te wonen, per abuis niet eerder is verzonden. Ook wijst hij erop dat hij niet door het secretariaat is gebeld. Verzoeker is op een juiste wijze uitgenodigd om ter zitting aanwezig te zijn voor de behandeling van zijn zaak. Eerst na de behandeling van de zaak ter zitting heeft verzoeker zich gemeld met de mededeling dat hij is verhinderd. Dat verzoeker zijn e-mail niet tijdig had verzonden, komt voor zijn rekening. Het lag op de weg van verzoeker om te controleren of hij zijn bericht daadwerkelijk had verzonden, zeker toen hij geen antwoord kreeg op de e-mail die hij gedacht had te hebben verzonden. De omstandigheid dat verzoeker in het verleden regelmatig telefonisch contact heeft gehad met de secretaris, maakt het voorgaande niet anders. Er is geen voorschrift of vaste praktijk inhoudende dat de uitgenodigde partij wordt gebeld als hij ter zitting niet verschijnt. Het College betrekt bij zijn oordeel dat een zittingskamer, indien zij na de zitting van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest - bijvoorbeeld indien het voor een beslissing op het beroep nodig is om in aanvulling op het schriftelijk ingenomen standpunt nadere informatie van de student te krijgen - op grond van artikel 8:68, eerste lid, van de Awb het onderzoek kan heropenen.