Uitspraak CBHO 2021/118

Bestreden beslissing: 

De examencommissie heeft namens het instellingsbestuur aan appellant een bindend negatief studieadvies verstrekt.
Het CBE van de heeft het administratief beroep van appellant tegen die beslissing wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO:

Gegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.2. Het College stelt vast dat uit de stukken van het dossier niet blijkt dat verweerder de examencommissie heeft uitgenodigd om in overleg met appellant na te gaan of een minnelijke schikking van het geschil mogelijk is. Bij e mail van 30 september 2021 heeft verweerder desgevraagd het College bericht dat geen gesprek met appellant heeft plaatsgevonden en dat uitsluitend naar de ontvankelijkheid van het administratief beroep is gekeken. Aldus heeft verweerder in strijd met artikel 7.61, derde lid, van de WHW gehandeld. De e-mail van verweerder van 12 oktober 2021 doet hieraan niet af. Uit deze e-mail blijkt niet dat daadwerkelijk met appellant is gesproken over een minnelijke schikking. De e-mail vermeldt slechts dat appellant een verzoek om uitstel van het BNSA heeft ingediend en dat de studentendecaan hierover advies heeft gegeven.
2.3. Het beroep is kennelijk gegrond. De beslissing van verweerder van 16 september 2021 moet worden vernietigd. Verweerder dient een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Dit betekent dat verweerder de examencommissie moet verzoeken om met appellant na te gaan of een minnelijke schikking van het geschil mogelijk is alvorens verweerder het beroepschrift in behandeling neemt.