Uitspraak CBHO 2021/145.1

Verzoek tot voorlopige voorziening: 

Het werkstuk Vakdidactiek is wegens fraude/plagiaat ongeldig verklaard en verzoeker is uitgesloten van deelname aan de eerstvolgende herkansing 
Het CBE van de Hogeschool Rotterdam heeft nog niet beslist op het administratief beroep van verzoeker; op het verzoek om een voorlopige voorziening is afwijzend beslist.

Verzoeker vraagt het CBHO om vooruitlopend op de beslissing op het administratief beroep het werkstuk te laten beoordelen als ware er geen plagiaat gepleegd.

Uitspraak CBHO:

Verzoek afgewezen.

Hoofdoverwegingen:

2.5. Verzoeker heeft ter zitting de voorzieningenrechter verzocht om onmiddellijk uitspraak te doen in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter overweegt hierover dat dit niet mogelijk is omdat er geen beroepsprocedure bij het College aanhangig is. 
2.5.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat op 15 december aanstaande het administratief beroep van verzoeker ter zitting wordt behandeld en dat verzoeker de beslissing op dat beroep op zeer korte termijn, in ieder geval vóór de kerstdagen, tegemoet kan zien. Dit betekent dat verzoeker uiterlijk eind december uitsluitsel over de opgelegde sanctie heeft. Voor zover verzoeker daarbij in het gelijk wordt gesteld, heeft de examencommissie ter zitting toegelicht dat het werkstuk van verzoeker binnen enkele dagen zal worden beoordeeld. Mocht die beoordeling voor verzoeker ongunstig zijn, dan heeft hij nog een maand de tijd om het vak Didactiek 3.1. te herkansen. Voor zover verzoeker in het ongelijk wordt gesteld, staat het hem vrij beroep in te stellen bij het College en hangende het beroep een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.