Uitspraak CBHO 2021/137

Bestreden beslissing:

De module ‘Veranderen’ is door de examinatoren met een onvoldoende beoordeeld De examencommissie heeft afwijzend beslist op het verzoek om een herbeoordeling.
Het CBE van Avans Hogeschool heeft het administratief beroep tegen  de beslissingen ongegrond verklaard. 
Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.5. Het College stelt vast dat de module “Veranderen” geen deel uitmaakte van het reguliere onderwijsprogramma dat in het studiejaar 2020-2021 aangeboden werd. De reden hiervan is dat vanwege de kleinschaligheid van de opleiding het aanbod jaarlijks verschilt. Het College stelt ook vast dat de instelling appellante desondanks ter wille is geweest door speciaal voor haar een alternatief (maatwerk) aan te bieden, waarmee zij – buiten het reguliere programma om – een extra kans kreeg om de module “Veranderen” te doen. Hierbij heeft de instelling onder meer aan appellante te kennen gegeven dat het eerste criterium (het implementatieplan) in het kader van deze kans niet zou worden beoordeeld en dat er geen lessen zouden zijn. De instelling is dus, buiten de regelgeving om, appellante ter wille geweest door haar een extra kans te geven, buiten het reguliere programma om. Deze situatie valt niet gelijk te stellen met een eerste kans in een regulier programma, waarna gebruikelijk is dat er nog een herkansingsmogelijkheid volgt. Het CBE hoefde, in navolging van de examencommissie, geen aanleiding te zien om appellante nog een nieuwe herkansing aan te bieden. Van gerechtvaardigde verwachtingen bij appellante dat dit wel zou gebeuren, is geen sprake. 
Bij de aan appellante gegeven extra kans was er, anders dan bij het reguliere programma, geen mogelijkheid voor appellante om van lessen of begeleiding gebruik te maken. Dat betekende dat van begeleiding en feedback in mindere mate sprake was dan te doen gebruikelijk in een regulier programma. Appellante is er uitdrukkelijk op gewezen dat het aan haar was om het initiatief te nemen om feedback te krijgen. Het College stelt vast dat appellante bij het uiteindelijke inleveren van het draaiboek niet uitdrukkelijk en concreet om feedback heeft gevraagd. Het enkele inleveren van het draaiboek, is naar het oordeel van het College in een geval als hier aan de orde niet hetzelfde als een concreet verzoek om feedback. Onder deze omstandigheden ziet het College geen aanleiding voor het oordeel dat, wat betreft de feedback, onzorgvuldig zou zijn gehandeld. In de aanloop naar het uiteindelijke inleveren van het draaiboek heeft appellante overigens wel enige feedback gekregen en na afloop van de module (in het beoordelingsformulier) heeft zij eveneens feedback gekregen.
Voor zover appellante heeft gesteld dat zij een workshop mocht uitvoeren, wat volgens haar betekende dat het niet anders kon zijn dan dat het draaiboek voldoende was, is ter zitting toegelicht dat het niet zo is dat het draaiboek per definitie een voldoende moet zijn om de workshop te mogen doen. Een workshop kan los gezien worden van het draaiboek. Tijdens de zitting is bovendien toegelicht dat tijdens het Criterium Gericht Interview eventuele missers in een draaiboek nog hersteld kunnen worden. Het College ziet onder deze omstandigheden in wat appellante heeft aangevoerd, geen reden om aan te nemen dat een voldoende beoordeling van het draaiboek een voorwaarde is voor het starten aan de workshop. 
Over de stelling van appellante dat de beoordeling van het onderdeel Reflectie mede zal zijn beïnvloed door de fouten in de procedure wat betreft het draaiboek en de feedback, heeft het CBE, de examencommissie volgend, toegelicht dat dit te onderscheiden onderdelen zijn. Bij het onderdeel Reflectie gaat het erom dat een student in staat is te reflecteren op zijn of haar handelen en identiteit als veranderaar. Het College vindt dit standpunt van het CBE niet onjuist. Daarom ziet het College, anders dan appellante, geen verband tussen de beoordeling van het draaiboek/feedback en de beoordeling van het onderdeel Reflectie.
De slotsom is dat het College in wat appellante heeft aangevoerd geen concrete aanknopingspunten ziet voor het oordeel dat de beoordeling van de module “Veranderen” op onzorgvuldige wijze is verricht. Niet is gebleken dat voorschriften van procedurele aard zijn geschonden. 
De betogen slagen niet.