Uitspraak CBHO 2021/119

Bestreden beslissing: 

De centrale studentenadministratie heeft namens het CvB afwijzend beslist op het verzoek om het instellingscollegegeld deels te restitueren nu wegens COVID-19 het onderwijsprogramma niet geheel werd aangeboden.
Het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam heeft het bezwaar van appellante tegen de afwijzing ongegrond verklaard.
Tegen  de beslissing op bezwaar heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.
 

Hoofdoverwegingen:

2.5. Het College kan zich voorstellen dat appellante er teleurgesteld over is dat er in de periode van de eerste lockdown beduidend minder praktijkonderwijs is gegeven, dan oorspronkelijk de bedoeling was. Echter, er was in die periode sprake van een situatie van overmacht, waardoor praktijkonderwijs geen mogelijkheid was. Toen de corona-maatregelen dat weer toelieten heeft appellante in de periode van juli tot en met september 2020 nog wel gedurende 5 weken 4 uur per week praktijkonderwijs gehad in de vorm van patiëntenbehandeling. De onderwijsinstelling heeft zich zodoende ingespannen om het onderwijs doorgang te laten vinden met – noodgedwongen – een alternatief studieprogramma. Dit heeft appellante in staat gesteld de studie te kunnen voltooien en zij heeft dus geen studievertraging opgelopen. Onder deze omstandigheden bestond naar het oordeel van het College geen aanleiding voor een gedeeltelijke restitutie van het instellingscollegegeld. Een recht op restitutie was er mogelijk wel geweest in de situatie van een tussentijdse uitschrijving, maar die doet zich hier niet voor. Het betoog slaagt niet.