Uitspraak CBHO 2021/142

Bestreden beslissing:

De examencommissie heeft namens het instellingsbestuur aan appellant een bindend negatief studieadvies verstrekt voor de opleiding Communication and Multimedia Design.
Het CBE van de Hogeschool van Amsterdam heeft het administratief beroep van appellant tegen die beslissing wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4.1. Het College acht het aannemelijk dat het BNSA op 9 juli 2021 door de hogeschool aan appellant is verzonden. De vertegenwoordiger van het CBE heeft ter zitting van het College toegelicht dat beslissingen van de hogeschool altijd in SIS worden gegenereerd. Een beslissing is dan zichtbaar in SIS en daarnaast wordt een kopie van de beslissing verzonden naar het HvA e-mailaccount van de desbetreffende student. Een beslissing is dus zowel in SIS als via de HvA e-mailaccount van de student zichtbaar voor de student. Als de e-mail naar het HvA e mailaccount niet goed wordt afgeleverd, dan wordt dit door het systeem herkend en ontvangt de hogeschool daarvan een automatisch e-mailbericht. In dat geval stuurt de hogeschool de desbetreffende beslissing nogmaals naar het tweede e-mailadres dat bij haar bekend is, zoals een privé-e-mailadres van de student. In de SIS-overzichtsgegevens van appellant staat dat het BNSA op 9 juli 2021 is gegenereerd, wat volgens het systeem inhoudt dat het is verzonden. De hogeschool heeft geen foutmelding ontvangen bij verzending van het BNSA naar het HvA e mailaccount van appellant, wat volgens het systeem inhoudt dat het goed is afgeleverd op het e-mailadres. Appellant heeft onvoldoende feiten gesteld op grond waarvan de ontvangst van het BSNA redelijkerwijs moet worden betwijfeld. Daarbij neemt het College in aanmerking dat appellant louter heeft gesteld dat hij de e-mail niet heeft ontvangen. Verder heeft appellant ter zitting van het College desgevraagd verklaard dat hij SIS niet heeft geraadpleegd in de periode van 9 juli 2021 tot 23 augustus 2021 omdat hij ervan uitging in die periode geen bindend studieadvies te ontvangen. Gelet hierop komt het College tot het oordeel dat het CBE terecht heeft geconcludeerd dat het administratief beroepschrift buiten de beroepstermijn is ingediend.
2.4.2. Volgens het College heeft het CBE zich terecht op het standpunt gesteld dat de termijnoverschrijding redelijkerwijs niet verschoonbaar is. Ingevolge artikel 5.1, eerste lid, van de OER wordt een studieadvies per e mail aan de student kenbaar gemaakt. Zoals hiervoor reeds is uiteengezet, is een beslissing van de hogeschool zichtbaar in SIS en wordt het naar het HvA e mailaccount van de student verzonden. Voorts is de student ingevolge artikel 2.2, eerste lid, van het Studentenstatuut verantwoordelijk voor het regelmatig raadplegen van zijn HvA e mailaccount en SIS. Daarmee is gewaarborgd dat de student op deze wijze voldoende bereikbaar is. Het BNSA kon derhalve per e-mail aan appellant worden bekendgemaakt. Ter zitting van het College heeft de vertegenwoordiger van het CBE toegelicht dat studenten bij de inschrijving voor een opleiding aan de hogeschool altijd worden gewezen op de regels in het Studentenstatuut. Appellant heeft dit niet als zodanig betwist. Met zijn inschrijving voor de opleiding moet er derhalve van worden uitgegaan dat appellant heeft ingestemd met het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid. Dit brengt mee dat artikel 2:14, eerste lid, van de Awb niet aan elektronische verzending in de weg staat. Gelet op het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, van het Studentenstatuut had het op de weg van appellant gelegen om ook aan het einde van het studiejaar regelmatig het SIS en zijn HvA e mailaccount te verifiëren. Dit geldt temeer nu appellant wist dan wel redelijkerwijs behoorde te weten dat hij aan het einde van het studiejaar een bindend studieadvies zou ontvangen. Hierover was van de zijde van de hogeschool meermaals gecommuniceerd richting appellant. Zo heeft de studieloopbaanbegeleider appellant tijdens het studieloopbaantraject erop gewezen dat hij gelet op zijn studieresultaten in juli 2021 mogelijk een BSNA zou kunnen ontvangen. Ook heeft appellant in het betrokken studiejaar een brief ontvangen van de hogeschool over het melden van persoonlijke omstandigheden waarin was vermeld dat aan het einde van het studiejaar een bindend studieadvies zou volgen. Het is het College niet gebleken dat appellant feitelijk niet in staat was zijn e mailaccount en het SIS te raadplegen. 
2.4.3. Uit het vorenstaande volgt dat de beroepsgronden tegen de niet-ontvankelijkverklaring falen. Gelet hierop komt het College niet toe aan bespreking van de inhoudelijke beroepsgronden tegen het BNSA.