Uitspraak CBHO 2021/131

Bestreden beslissing:

De examencommissie heeft namens het instellingsbestuur aan appellant een bindend negatief studieadvies verstrekt voor de opleiding Finance & Control.
Het CBE van De Haagse Hogeschool heeft het administratief beroep van appellant tegen die beslissing wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep ingesteld bij het CBHO.

Uitspraak CBHO: 

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.3. Naar het oordeel van het College heeft verweerder het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het administratief beroepschrift is ingediend na afloop van de voor indiening geldende termijn. Dat appellant naar zijn zeggen geen melding via Osiris heeft ontvangen en de e-mail van 19 juli 2021 in zijn spam-map is terechtgekomen, hoefde verweerder niet tot het oordeel te brengen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De examencommissie heeft appellant bij brief van 13 juli 2021 meegedeeld dat hij het studieadvies eind juli 2021 via Osiris per e-mail zou ontvangen. Het lag op de weg van appellant om met het oog op het te ontvangen studieadvies zijn e mailmappen goed in de gaten te houden. De door appellant aangehaalde passage in de brief van 13 juli 2021, dat studenten die in augustus 2021 nog herkansingen doen pas op 31 augustus 2021 een studieadvies krijgen, kan appellant niet baten. Weliswaar heeft appellant in augustus 2021 twee vakken uit de hoofdfase herkanst, maar die passage gaat duidelijk over herkansingen van propedeusevakken. In augustus 2021 waren er geen herkansingen voor propedeusevakken die appellant nog open had staan.
In zoverre faalt het betoog.

2.4. Voordat verweerder het administratief beroepschrift in behandeling heeft genomen, is niet overeenkomstig artikel 7.61, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek nagegaan of een minnelijke schikking van het geschil mogelijk is. Dit gebrek in de besluitvorming leidt echter niet tot vernietiging van de beslissing van 4 oktober 2021, omdat de examencommissie hangende het beroep bij het College alsnog een schikkingsgesprek met appellant heeft gevoerd, dat niet tot een schikking heeft geleid. Aannemelijk is dat appellant door het gebrek in de besluitvorming niet is benadeeld. Gelet op de ter zitting van het College door de examencommissie gegeven toelichting, bestaat geen grond voor het oordeel dat de schikkingspoging niet serieus is verlopen. Het College zal verweerder wegens het geconstateerde gebrek in de besluitvorming wel in de voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten veroordelen en hem gelasten aan appellant het betaalde griffierecht te vergoeden.