Uitspraak CBHO 2022/022

Bestreden beslissing:

Namens het college van bestuur is afwijzend beslist op het verzoek om inschrijving voor de masteropleiding Arts en Culture omdat het niet tijdig is ingediend.
Het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen heeft het bezwaar van appellante tegen de weigering ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing op bezwaar heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.4. Het College stelt vast dat op de website van de universiteit bij de hier aan de orde zijnde opleiding 1 mei 2021 als aanmelddeadline staat voor niet-Nederlandse studenten. Appellante is niet Nederlands. Zij heeft een Zwitserse vooropleiding gedaan. Voor haar gold de aanmelddeadline van 1 mei 2021, maar zij heeft zich ver na 1 mei 2021 aangemeld. Verweerder heeft toegelicht dat de deadline wordt gehanteerd, omdat het tijd kost om niet-Nederlandse vooropleidingen te onderzoeken en te waarderen en de meeste niet-Nederlandse studenten hun visumaanvraag tijdig in orde moeten maken. Weliswaar hoefde appellante geen visumaanvraag in orde te maken, maar door de aanmelding op 30 juli 2021 en omdat er elk jaar duizenden aanmeldingen van aankomend studenten met een buitenlandse vooropleiding zijn, was er onvoldoende tijd om haar niet‑Nederlandse vooropleiding te onderzoeken en te waarderen, aldus verweerder. Gelet op deze toelichting, heeft verweerder naar het oordeel van het College terecht de beslissing van 16 augustus 2021 in stand gelaten.
Het betoog faalt.