Uitspraak CBHO 2022/002

Bestreden beslissing:

De examinator heeft het co-schap Kindergeneeskunde negatief beoordeeld. De excie heeft het verzoek om een herbeoordeling afgewezen. Aan appellante is gemeld dat zij de coschappen niet mag hervatten.
Het CBE van de Universiteit Utrecht heeft het administratief beroep tegen de beoordeling  wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Ongegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.3. Het College stelt vast dat het op 22 juni 2021 door appellante tegen de op 23 maart 2021 via Osiris bekendgemaakte tussenbeoordeling ingediende administratief beroepschrift buiten de beroepstermijn van zes weken is ingediend. Administratief beroep moet, al dan niet in digitale vorm, schriftelijk worden ingesteld. Het stuk dat appellante bij de examencommissie heeft ingediend, is geen administratief beroepschrift, omdat het niet tegen de tussenbeoordeling is gericht. Niet is gebleken van omstandigheden die nopen tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hierbij acht het College van belang dat appellante bij brief van de voorzitter van de Summa examencommissie van 1 april 2021 is herinnerd aan de bekendmaking van de tussenbeoordeling en de voor het instellen van administratief beroep geldende termijn. Verweerder heeft het administratief beroep tegen de tussenbeoordeling terecht niet ontvankelijk verklaard. 
In zoverre faalt het betoog.
2.4. In de brief van 12 mei 2021, onder meer ondertekend door de opleidingsdirecteur Geneeskunde, is appellante medegedeeld dat haar de toegang tot de coschappen is ontzegd. Verweerder heeft toegelicht dat het hier de toepassing betreft van een door de decaan van de faculteit Geneeskunde aan de opleidingsdirecteur gemandateerde bevoegdheid, ontleend aan de plicht om voor veilig en verantwoord onderwijs te zorgen, om te interveniëren als de patiëntveiligheid niet kan worden gewaarborgd. In het licht hiervan bevat de brief van 12 mei 2021 naar het oordeel van het College geen beslissing als bedoeld in artikel 7.61, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verweerder heeft zich daarom terecht onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het door appellante tegen de brief van 12 mei 2021 ingestelde administratief beroep. In de lopende bezwaarprocedure tegen de brief van 12 mei 2021 kan aan de orde komen of de onderwijsdirecteur inderdaad bevoegd is te interveniëren door een student de toegang tot de coschappen te ontzeggen en, zo ja, of deze bevoegdheid juist is toegepast.
Ook in zoverre faalt het betoog.