Uitspraak CBHO 2021/154

Bestreden beslissing: 

De examinator heeft de onderwijseenheid Verdieping straf(proces-)recht met een 6 beoordeeld.

Het CBE van de Open Universiteit heeft het administratief beroep tegen deze beslissing ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellante beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO: 

Gegrond.

Hoofdoverwegingen:

2.7. Het College stelt vast dat de examinator met haar e mailbericht van 30 april 2021 weliswaar een aanzet tot een gesprek over een minnelijke schikking heeft gegeven, maar dat de poging tot een minnelijke schikking door het bestaan van interne reactietermijnen vroegtijdig is afgekapt. De examencommissie had op grond van artikel 7.61, derde lid, van de WHW drie weken om een minnelijke schikking te beproeven. In dit geval heeft de examinator een termijn van vijf werkdagen van verweerder gekregen om tot een minnelijke schikking te komen. Die interne termijn is in strijd met artikel 7.61, derde lid, van de WHW. De stelling van verweerder dat de examinator ook zonder dit gesprek geen mogelijkheid zag tot een minnelijke schikking gaat voorbij aan het belang dat de wetgever heeft gehecht aan een gesprek hierover. Reeds op deze grond dient het beroep van appellante gegrond te worden verklaard en de beslissing van verweerder in zoverre te worden vernietigd.

Hoor en wederhoor

2.8. Het betoog van appellante dat zij bij de hoorzitting door verweerder amper de ruimte heeft gekregen om haar standpunt toe te lichten, volgt het College niet. Uit het verslag van de hoorzitting van 15 september 2021 blijkt dat appellante uitvoerig de gelegenheid heeft gekregen om haar standpunt toe te lichten en te reageren op hetgeen de examinator naar voren heeft gebracht. Dat de voorzitter van de hoorzitting uit het oogpunt van een ordentelijk verloop van de zitting, mede in het licht van de mededeling van verweerder dat hij op de hoogte was van de inhoud van het dossier en de beroepsgronden in administratief beroep, een beperking heeft gesteld aan de tijd die appellante had om haar administratief beroep toe te lichten, levert dan ook geen strijd op met het beginsel van hoor en wederhoor. Dit betoog faalt.

Aansluiting vragen op modelantwoorden

2.9. Voor zover appellante tegen de beslissing van de examinator heeft aangevoerd dat de modelantwoorden niet aansloten op de vragen, overweegt het College als volgt.
Ingevolge artikel 7.66, tweede lid, van de WHW, gelezen in samenhang met artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst, dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of toetsing. Deze bepalingen staan eraan in de weg dat door het instellen van beroep tegen een beslissing van een college van beroep voor de examens een oordeel van de bestuursrechter wordt verkregen over een beslissing die als zodanig van bestuursrechtelijke rechtsbescherming is uitgezonderd.
Dit betekent dat het College slechts kan onderzoeken of verweerder terecht de vaststelling van het cijfer in stand heeft gelaten omdat bij de beoordeling is voldaan aan de voorschriften van procedurele aard die bij of krachtens de Awb, de WHW of enig andere wet in formele zin zijn gesteld.
Gelet op het voorgaande heeft het College een zeer beperkte ruimte om te toetsen of appellante voor het tentamen Verdieping straf(proces)recht terecht het cijfer 6 is toegekend.
De beoordeling of een modelantwoord aansluit bij een tentamenvraag, zoals appellante wenst, vergt een inhoudelijke beoordeling, waarover geen oordeel van het College kan worden verkregen.
Het beroep kan in zoverre niet tot vernietiging van de bestreden beslissing leiden.

Virtuele Klas 2

2.10. Naar het oordeel van het College behoren de opnames van virtuele klassen in de leeromgeving, waaronder dus ook de Virtuele Klas 2, tot de verplichte lesstof. Voor deelnemers aan de cursus moet in dat geval wel de mogelijkheid bestaan dat zij die Virtuele Klas 2 kunnen terugkijken. Het College is er, gelet op hetgeen appellante heeft aangevoerd, niet van overtuigd dat die mogelijkheid bestond. In zoverre slaagt het betoog.