Uitspraak CBHO 2022/010

Bestreden beslissing:

De examinator heeft het co-schap Psychiatrie met een onvoldoende beoordeeld.
Het CBE van de EUR heeft het administratief beroep tegen de beoordeling ongegrond verklaard.
Tegen de uitspraak van het CBE heeft appellant beroep bij het CBHO ingesteld.

Uitspraak CBHO:

Gegrond.
 

Hoofdoverwegingen:

2.5. Verweerder wordt niet gevolgd in zijn in verweer ingenomen standpunt dat het beroep uitsluitend zou zijn gericht tegen het schrijven van 8 juli 2021. Dit schrijven bevat een toelichting op het besluit van 1 juli 2021 en is te beschouwen als een onderdeel van genoemd besluit. Zoals ook volgt uit de beslissing op het administratief beroep is dat beroep gericht tegen het besluit van 1 juli 2021 waar het co-schap Psychiatrie onderdeel van uitmaakt.
2.6.1. Het College stelt vast dat het co-schap Psychiatrie voor appellant conform het studieprogramma een periode heeft omvat van vijf weken. Het beoordelingsformulier van dat co-schap wordt, zo is ter zitting toegelicht, opgemaakt voordat het co-schap volledig is afgerond. Voor de beoordelingsprocedure moet een student twee keer per week vragen om feedback, waarvoor een formulier in het zogeheten EPASS beschikbaar is. Tijdens de eindbeoordeling moet de student ten overstaan van de beoordelaar aantonen dat voldoende feedback is gevraagd. 
2.6.2. De procedure zoals – verkort – onder 2.6.1 beschreven is in het geval van appellant niet op de voorgeschreven wijze verlopen. Appellant heeft niet op die wijze feedback gevraagd en hij heeft ook niet aangetoond dat anderszins voldoende feedback is gevraagd. Zoals appellant heeft toegelicht wordt de beschreven werkwijze bij andere co-schappen niet gevolgd, zonder dat dat tot gevolg heeft dat een student wordt tegengeworpen dat geen feedback is gevraagd. Verweerder heeft dat niet ontkend. De procedure is ook niet op deze wijze in de OER beschreven, wat maakt dat een student geen duidelijk houvast heeft. Appellant heeft tijdens het co-schap weliswaar feedback gekregen, maar hij is er bij die gelegenheden niet op gewezen dat hij – blijkbaar daarnaast – de feedbackformulieren moest invullen. Ook volgt uit de toelichting bij het gebruik van de formulieren in EPASS niet voldoende duidelijk wat de gevolgen zijn van het niet gebruiken van zulke formulieren.
2.6.3. Hoewel appellant kan worden tegengeworpen dat hij de feedback niet heeft gevraagd op de voorgeschreven wijze, ligt naar het oordeel van het College in artikel 7.34 van de WHW besloten dat de onderwijsinstelling zich er in een geval als het voorliggende van vergewist dat het co-schap verloopt als beschreven in de daarvoor geldende regels, ook op het punt van het vragen van feedback. Indien daarin onvolkomenheden worden gesignaleerd, wat in het geval van appellant eenvoudig zou hebben gekund, is het aan de onderwijsinstelling de student daarop te wijzen. Door dat niet te doen, heeft de onderwijsinstelling jegens appellant onzorgvuldig gehandeld, met als gevolg dat appellant zich aan het eind van zijn co-schap geconfronteerd heeft gezien met een onvoldoende resultaat, terwijl hem de mogelijkheid van een tussentijdse verbetering van zijn handelen, voor zover nodig, is ontnomen. 
2.7. Naar het oordeel van het College worden de gevolgen van het niet op juiste wijze verlopen van de procedure met betrekking tot het geven van feedback aan appellant tijdens zijn co-schap Psychiatrie ten onrechte volledig afgewenteld op appellant. Verweerder heeft dat niet onderkend.
2.8. Gezien hetgeen hiervoor is overwogen kan de bestreden beslissing niet in stand blijven. Verweerder zal opnieuw moeten beslissen op het administratief beroep van appellant.